In zes samenhangende zaken hebben eisers, vertegenwoordigd door mr. drs. J.M.C. Niederer, verzoeken ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) met betrekking tot documenten over naheffingsaanslagen en bestuurlijke aangelegenheden rond parkeer- en verkeersovertredingen.
De rechtbank constateert dat Niederer als gemachtigde een groot aantal soortgelijke Wob-verzoeken heeft ingediend en in eerdere zaken door verschillende rechters is veroordeeld wegens misbruik van recht. Dit procesgedrag maakt dat de rechtbank in deze zaken uitgaat van misbruik van recht, tenzij eisers aannemelijk maken dat dit niet het geval is.
Eisers hebben dit niet overtuigend gedaan; het opgegeven doel van controle op bevoegdheden overtuigt niet, en het verzoek lijkt primair gericht op het incasseren van proceskostenvergoedingen en dwangsommen. De rechtbank wijst op een mogelijk leereffect waarbij misbruik wordt vermeden door nauwkeuriger verzoeken.
Daarom verklaart de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht. Een veroordeling in proceskosten wordt niet uitgesproken omdat dit niet op zitting is besproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.