ECLI:NL:RVS:2016:1884
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoeken
Appellant heeft twee Wob-verzoeken ingediend bij de minister van Veiligheid en Justitie om documenten te verkrijgen over de verzendadministratie van het Openbaar Ministerie voor juli en augustus 2014. De minister wees deze verzoeken af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank Gelderland verklaarde het daaropvolgende beroep eveneens niet-ontvankelijk. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling onderzocht of appellant in het hoger beroep ontvankelijk kon worden verklaard, mede gelet op het betoog van de minister dat de gemachtigde van appellant misbruik van recht maakte. De Afdeling oordeelde dat het indienen van de Wob-verzoeken en het instellen van beroep een ander doel dienden dan waarvoor deze bevoegdheden zijn gegeven, namelijk het verkrijgen van overheidsinformatie. Appellant verscheen niet op de zitting om het doel van zijn verzoeken toe te lichten, waardoor het doel onduidelijk bleef.
Daarnaast werd gewezen op eerdere uitspraken waarin de handelswijze van de gemachtigde van appellant als misbruik van recht werd aangemerkt. De gemachtigde opereert op 'no cure no pay'-basis, wat de indruk wekt dat de verzoeken bewust zijn ingezet om dwangsommen en proceskostenvergoedingen te verkrijgen. Gezien deze omstandigheden werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht bij het indienen van Wob-verzoeken en het instellen van beroep.