ECLI:NL:RVS:2016:701
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoeken
Appellanten hebben de minister verzocht om openbaarmaking van betalingsopdrachten en gerelateerde stukken op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Na uitblijven van tijdige besluitvorming stelde hun gemachtigde de minister in gebreke en maande tot betaling van dwangsommen. De minister maakte vervolgens samengevatte informatie openbaar en kende een dwangsom toe. Het bezwaar tegen het dwangsombesluit werd niet-ontvankelijk verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep eveneens niet-ontvankelijk.
In hoger beroep betoogde de minister dat het indienen van de Wob-verzoeken misbruik van recht betrof. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de gemachtigde bewust de Wob als grondslag gebruikte om dwangsommen en proceskostenvergoedingen te incasseren, mede gelet op de omvangrijke correspondentie en het niet naleven van correcte adressering, wat de besluitvorming bemoeilijkte.
Gezien de bewuste strategie en de 'no cure no pay'-basis van de rechtsbijstand, concludeerde de Afdeling dat sprake was van misbruik van bevoegdheid en kwade trouw. Dit misbruik werd appellanten toegerekend. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht door het indienen van Wob-verzoeken met het oogmerk dwangsommen te incasseren.