ECLI:NL:RVS:2015:1233
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake bezwaar tegen verkeersboete en informatieverstrekking
De zaak betreft een hoger beroep van de minister van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel die het beroep van de wederpartij tegen het besluit van de minister ongegrond had verklaard. De kern van het geschil is of het verzoek van de wederpartij om stukken betreffende een opgelegde verkeersboete een Wob-verzoek betrof en of de minister tijdig had beslist.
De rechtbank had geoordeeld dat de minister een dwangsom verschuldigd was wegens het niet tijdig beslissen op het verzoek, maar de Raad van State oordeelt dat het verzoek van de wederpartij geen Wob-verzoek was, maar een administratief beroepschrift in de zin van de Awb. Hierdoor golden de beslistermijnen van de Wob niet en was de brief van de minister geen besluit in de zin van de Awb.
De Raad van State vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister, verklaart het bezwaar tegen de brief van de minister niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens veroordeelt de Raad de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De minister heeft tijdig hoger beroep ingesteld, ondanks betwisting door de wederpartij. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de minister het hoger beroep tijdig heeft ingediend via fax.
De uitspraak is uitgesproken op 22 april 2015 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister worden vernietigd en het bezwaar tegen de brief wordt niet-ontvankelijk verklaard.