ECLI:NL:RVS:2016:1885
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek inzake Mulderbeschikking
Bij besluit van 9 maart 2015 heeft de korpschef besloten op een Wob-verzoek van verzoeker inzake documenten over een Mulderbeschikking. Na bezwaar en beroep oordeelde de rechtbank Amsterdam het bezwaar gegrond en beval een nieuw besluit. De korpschef stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het Wob-verzoek en het daarop volgende beroep misbruik van recht vormden, omdat de gemachtigde van verzoeker, een ervaren procesvertegenwoordiger, bewust de Wob gebruikte om proceskosten en dwangsommen te ontlokken, terwijl de gevraagde documenten ook via andere bestuursrechtelijke bepalingen opgevraagd hadden kunnen worden. Het verzoek was bovendien vaag geformuleerd, waardoor besluitvorming bemoeilijkt werd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de korpschef gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van verzoeker niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht. Tevens werden de besluiten van 1 december 2015 en 13 april 2016 vernietigd, omdat deze op de vernietigde uitspraak waren gebaseerd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht en eerdere besluiten worden vernietigd.