ECLI:NL:RVS:2015:1623
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek verkeersboete
Een verzoeker diende een beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een Wob-verzoek om openbaarmaking van stukken over een verkeersboete. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en legde een dwangsom op aan de minister.
De minister stelde hoger beroep in en voerde aan dat het verzoeker ging om misbruik van recht, omdat hij herhaaldelijk Wob-verzoeken indiende met als doel dwangsommen te incasseren. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat verzoeker bewust de Wob gebruikte in plaats van andere wettelijke bepalingen die ook inzage bieden, en dat hij met zijn handelswijze de besluitvorming onnodig bemoeilijkte.
Hierdoor werd het beroep gekwalificeerd als misbruik van recht. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Terugvordering van reeds betaalde dwangsommen en proceskosten blijft mogelijk, maar werd niet opgelegd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht door herhaaldelijke Wob-verzoeken met als doel incasseren van dwangsommen en proceskosten.