Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
12 maart 2024 in de zaak tussen
[eiser], wonende te [woonplaats], eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
De bestreden beschikking
Zitting
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- draagt verweerder op de beschikking rechtsherstel (en daarmee het box-3 inkomen over 2018) in overeenstemming te brengen met deze uitspraak;
- gelast verweerder de door eiser gederfde rente als gevolg van de in strijd met het EVRM geheven forfaitaire heffing van box 3 aan hem te vergoeden met inachtneming van r.o. 12. van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade aan eiser tot een bedrag van € 500;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 165,90;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50 aan eiser te vergoeden;
- bepaalt dat de termijn voor de vergoeding van de wettelijke rente gaat lopen vanaf vier weken na de datum van deze uitspraak..
Overwegingen
€ 461.797
€ 30.000