ECLI:NL:GHDHA:2023:2035
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- R.A. Bosman
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- A. van Dongen
- Rechtspraak.nl
Vermindering box 3-heffing 2018 wegens schending EVRM artikel 1 EP en artikel 14
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de box 3-heffing over 2018, omdat het forfaitair berekende rendement hoger was dan het werkelijk behaalde rendement, wat volgens haar in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en artikel 14 EVRM Pro. De Rechtbank had het beroep gegrond verklaard en de aanslag verminderd conform het Besluit rechtsherstel box 3.
In hoger beroep bevestigt het Hof dat het forfaitaire stelsel een ongelijke behandeling oplevert en dat rechtsherstel moet worden geboden door het werkelijk behaalde rendement als grondslag te nemen. Het Hof stelt vast dat belanghebbende een werkelijk rendement van €16.900 behaalde, aanzienlijk lager dan het forfaitaire bedrag van €35.153. De aanslag wordt dienovereenkomstig verminderd.
Verder oordeelt het Hof dat de afschaffing van aftrek van juridische kosten voor een arbeidsconflict niet kan worden beoordeeld in deze procedure omdat belanghebbende in 2018 geen dergelijke kosten maakte. Ook wijst het Hof verzoeken om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU af en bevestigt dat het Unierecht en het Handvest niet van toepassing zijn op deze zuiver nationale situatie.
Het Hof bepaalt dat de box 3-heffing over 2018 geen individuele en buitensporige last vormt gezien de gehele financiële situatie van belanghebbende. Het griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed. De uitspraak van de Rechtbank wordt vernietigd voor zover deze het box 3-inkomen en griffierecht betreft.
Uitkomst: De aanslag IB/PVV 2018 wordt verminderd tot een box 3-inkomen van €16.900, met vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.