Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
6 april 2022 in de zaken tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
De bestreden uitspraken op bezwaar
Zitting
Beslissing
Overwegingen
- een navorderingsaanslag IB/PVV 2013 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 66.688 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 24.775, waarbij een vergrijpboete is opgelegd van € 7.688 (225%) en € 724 aan belastingrente is berekend.
- een navorderingsaanslag IB/PVV 2014 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 57.993 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 26.418, waarbij een vergrijpboete is opgelegd van € 7.602 (225%) en € 579 aan belastingrente is berekend.
- een navorderingsaanslag IB/PVV 2015 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 59.022 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 25.183, waarbij een vergrijpboete is opgelegd van € 7.519 (225%) en € 439 aan belastingrente is berekend.
- een aanslag IB/PVV 2016 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 54.790 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 27.682, waarbij een vergrijpboete is opgelegd van € 7.423 (225%) en € 513 aan belastingrente is berekend.