Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
Materiele schade
bijlage 1wordt een schematisch overzicht gegeven van de structuur van [B] en de onderliggende holdings alsmede het management fee en het salaris. Als
bijlage 2worden de jaarrekening van [A] B.V. over het jaar 2017 alsmede de jaarrekening van [B] B.V. 2017 overgelegd. Als
bijlage 3wordt de jaaropgave alsmede enkele salarisspecificaties van wijlen [slachtoffer] overgelegd. Als
bijlage 4wordt de stamrecht (lijfrente) overeenkomst overgelegd.
bijlage 6wordt een door [de financieel adviseur] opgestelde berekening (met onderliggende bijlagen
6 a) van het inkomensverlies, ontstaan door het overlijden van [slachtoffer] , overgelegd. Bij de berekening van de overlijdensschade is aansluiting gezocht bij de rekenmethode van de letselschade raad
(bijlage 7), gebaseerd op de notitie Denktank overlijdensschade.
bijlage 8).
Inleidende opmerkingen
.
nota benesteeds contrair aan de conclusie AG – gecasseerd zijn. Het perspectief van de verdachte is in die arresten leidend gemaakt.
per seeen correlatie bestaat weet ik niet zeker, maar vaststaat wél dat de gevorderde en toegekende schadevergoedingen sinds dat overzichtsarrest aanzienlijk hoger en ook complexer zijn geworden. Het is daarom goed dat de Hoge Raad vanuit zijn rechtsbeschermende taak op de rem heeft getrapt.
onzekere factoren, waaronder de verwachtingen omtrent de inkomsten die het slachtoffer en de nabestaande(n) in de toekomst zouden hebben genoten als het strafbare feit niet had plaatsgevonden en de verwachtingen omtrent de toekomstige inkomsten van de nabestaande in de door dit feit veroorzaakte situatie. Deze verwachtingen zijn doorgaans in hoge mate afhankelijk van inkomensgegevens en andere informatie betreffende het slachtoffer en de nabestaande in de periode voorafgaand aan het strafbare feit. Omdat het hierbij gaat om informatie die zich doorgaans geheel in het domein van de benadeelde partij bevindt, is het voor de verdediging in de regel moeilijk om haar betwisting van deze feiten en omstandigheden en de bij de selectie daarvan gemaakte keuzes, te voorzien van een nadere inhoudelijke onderbouwing (bijvoorbeeld dus door nader onderzoek door een
onpartijdige deskundige).
de financiële problemen alleen maar groter waren geworden”.
onzeker is of het inkomen dat deze vennootschap via [A] B.V. aan het slachtoffer uitbetaalde, ook in de toekomst zou kunnen worden uitbetaald” en dat "
[d]e beantwoording van onder meer die vraag (...) nader (deskundigen)onderzoek [vergt] dat het bestek van deze strafprocedure te buiten gaat".
hausseaan faillissementen.
winst uit onderneming [C]’. Dit betreft een Bed & Breakfast die per 1 augustus 2018 door de familie [...] is geopend. Aan deze post is in de berekening omtrent de situatie ‘zonder overlijden’ geen getal verbonden. In de berekening van het ‘
netto consumptief inkomen na overlijden’ keert de post ‘winst uit onderneming [C] ’ echter in het geheel niet terug, terwijl uit openbaar toegankelijke (internet)bronnen blijkt dat de benadeelde de B&B sindsdien nog altijd exploiteert en op veel klandizie kan rekenen.
Letselschade Richtlijn Rekenmodel Overlijdensschade, waarop de benadeelde partij zich baseert, niet pretenderen dat hun eigen methode onfeilbaar is. Weliswaar achten zij deze Richtlijn toepasbaar op een groot deel van de overlijdensschadezaken, maar zij onderkennen tegelijkertijd dat in geval van
bijzondere omstandigheden, de schade
concreet zal moeten worden vastgesteld. Die concrete toepassing moet in deze zaak, met alle onzekerheden waarover thans geen uitsluitsel kan worden geboden, dus aan de civiele rechter worden overgelaten.”
Het oordeel van het hof
Gederfd levensonderhoud
Levensverwachting
Verdiencapaciteit, meer specifiek inkomsten uit dienstbetrekking
Inkomsten uit onderneming “ [C] ”
AOW-pensioen
Conclusie
fiscalist(en dus niet door een gefinancierd rechtsgeleerd raadsman) doen opstellen van een berekening van gederfd levensonderhoud, zoals in deze zaak heeft plaatsgevonden, buiten het bereik van de gefinancierde rechtsbijstand valt en dus niet via die weg wordt vergoed. Dat het hof daarmee onvoldoende rekening zou hebben gehouden met de verdergaande specialisatie in de advocatuur, zie ik niet. Het hof is niet onbegrijpelijk uitgegaan van de feitelijke situatie dat voor de berekening van de vordering door de advocaat van de benadeelde partij de hulp van een fiscalist is ingeroepen. Verder maakt de omstandigheid dat de Hoge Raad er in zijn arrest dat leidde tot de terugwijzing van de zaak van uitgaat dat er ook advocaten zijn die mede gespecialiseerd zijn in de begroting van vorderingen, niet dat het hof is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting. Daarmee faalt wat mij betreft de klacht dat het hof “niet of op onbegrijpelijke wijze het verschil in specialisatie van rechtsbijstand heeft betrokken bij de beoordeling van de vraag of de benadeelde partij ontvankelijk is in haar vordering”. Daarnaast acht ik dat oordeel toereikend gemotiveerd.
3.Het tweede middel
bijlage 5). Dit inkomen is met het overlijden van [slachtoffer] en opheffing van de B.V. komen te ontvallen.”
4.Het derde middel
Kosten financieel adviseur (fiscalist)
bijlage 11worden de facturen ad € 6.221,23 van de fiscalist overgelegd.”
Kosten advies en rapport fiscalist/financieel adviseur