Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.Het eerste middel
1. Een proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij van 29 oktober 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [doorgenummerde pagina 24].
mededeling van verbalisanten (of één of meer van hen):
mededeling van verbalisant:
[getuige 1]:
mededeling van verbalisanten (of één of meer van hen):
mededeling van verbalisant:
Bewijsoverwegingen
4.Het tweede en derde middel
Primair standpunt verdediging t.a.v. feit I strafzaak: geen sprake van telen, bewerken, bereiden, verwerken, aanwezig hebben van hennep
5.Het vierde middel
Subsidiair standpunt verdediging t.a.v. feit I strafzaak: cliënt geen bemoeienis/alternatief scenario valt niet uit te sluiten
‘Daarbij zag ik dat de betreffende foto vanaf de mobiele telefoon van [verdachte] naar het mobiele nummer van [getuige 1] was verzonden’.Ook deze conclusie is niet houdbaar nu je ook gebruik kan maken van Whatsapp via een computer met internetverbinding en de foto dus niet gestuurd hoeft te zijn via de mobiele telefoon van cliënt.
NJ2021/347 m.nt. Vellinga, r.o. 2.4 onder meer het volgende heeft overwogen: [9]
NJ2021/348 m.nt. Vellinga voorlag, had de verdachte verklaard dat hij de huurder was van een pand waarin een hennepkwekerij was aangetroffen, maar dat niet hij maar een onderhuurder de hennepkwekerij exploiteerde. Het hof oordeelde dat het laatste deel van verdachtes verklaring ongeloofwaardig was, nu de verdachte enkel een onbereikbaar telefoonnummer van die onderhuurder had aangedragen. De Hoge Raad vernietigde het arrest en overwoog dat het “enkele oordeel van het hof dat de door hem als bewijsmiddel gebruikte verklaring van de verdachte over een onderhuurder onvoldoende verifieerbaar is”, niet volstaat. [13]