Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
24 november 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor diefstal van elektriciteit en gas door illegale aansluiting na afsluiting vanwege betalingsachterstand. Het hof stelde vast dat verdachte in de periode van november 2009 tot april 2013 elektriciteit en gas had weggenomen uit een pand te Houten met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.
De bewijsmiddelen bestonden uit verklaringen van fraudespecialisten van Stedin Netbeheer BV, politieproces-verbalen, rapportages over de gevaarlijke situatie door illegale aansluitingen en verklaringen van de verdachte zelf. Het hof oordeelde dat het herstellen van de aansluiting door verdachte, ondanks dat hij zelf niet in de woning woonde, toch een wederrechtelijke toe-eigening vormde.
De Hoge Raad stelde echter dat het hof onjuist had geoordeeld door aan te nemen dat het enkel aansluiten van een afgesloten elektriciteits- en gasvoorziening al als wegnemen in de zin van art. 310 Sr Pro kon worden aangemerkt. Volgens de Hoge Raad wordt elektriciteit en gas pas weggenomen door het verbruik ervan via apparaten en installaties die op het net zijn aangesloten.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het ging om het ten laste gelegde feit, de beslissing op de vordering van de benadeelde partij en de strafoplegging, en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.