ECLI:NL:PHR:2024:647
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering afwijzing aanhoudingsverzoek wegens ziekte verdachte
De verdachte was in hoger beroep niet verschenen vanwege ziekte, waarvoor zijn raadsvrouw namens hem een verzoek tot aanhouding van de zitting indiende. Het hof wees dit verzoek af omdat het niet aannemelijk achtte dat de verdachte daadwerkelijk ziek was, mede omdat geen medische stukken waren overgelegd en de appjes van de verdachte geen concrete informatie over zijn ziekte bevatten.
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad concludeert dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het de ziekte van de verdachte niet aannemelijk achtte, aangezien het ontbreken van medische stukken niet automatisch betekent dat de ziekte niet bestond, zeker gezien de omstandigheden dat de verdachte en zijn raadsvrouw tevergeefs hadden geprobeerd een doktersverklaring te verkrijgen.
Daarnaast was de belangenafweging van het hof ontoereikend gemotiveerd; het hof had slechts twee factoren meegewogen (eerdere aanhouding en betrokkenheid benadeelde partij), wat onvoldoende is om het belang van een voortvarende procesafdoening zwaarder te laten wegen dan het aanwezigheidsrecht van de verdachte.
De conclusie van de advocaat-generaal is dat het middel slaagt en dat het arrest van het hof moet worden vernietigd en de zaak moet worden terugverwezen voor een nieuwe beoordeling. De Hoge Raad heeft geen andere gronden gevonden om het arrest te vernietigen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling van het aanhoudingsverzoek wegens onvoldoende motivering.