Conclusie
1.Inleiding
2.De zaak
3.Het eerste middel
Overwegingen met betrekking tot bewijs
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een ladingdiefstal van 960 iPhones uit een rijdende vrachtwagen op 24 juli 2017, waarbij de verdachte samen met anderen werd aangehouden in een vakantiewoning waar de gestolen telefoons waren aangetroffen. Het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeelde de verdachte voor medeplegen van opzetheling en legde een gevangenisstraf van 13 maanden op, met aftrek van voorarrest.
De verdachte betwistte dat hij de iPhones voorhanden had gehad en dat hij wist dat het om door misdrijf verkregen goederen ging. Het hof oordeelde echter dat uit het bewijs, waaronder telefoongesprekken, aangetroffen verpakkingsmateriaal, en de aanwezigheid van de verdachte in de woning tijdens het herverpakken van de iPhones, volgt dat de verdachte samen met medeverdachten de feitelijke macht over de goederen had en wist dat het om gestolen goederen ging.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat sprake was van medeplegen en voorhanden hebben. Ook werd het middel verworpen dat de strafmotivering onvoldoende was omdat het hof oordeelde dat de verdachte kennelijk enkel vanuit Roemenië naar Nederland was gekomen om strafbare feiten te plegen. De straf van 13 maanden gevangenisstraf werd bevestigd.
De zaak maakt deel uit van een reeks van vijf samenhangende zaken met vergelijkbare feiten en verdachten. De strafmotivering benadrukte de ernst van de georganiseerde internationale criminaliteit en het belang van het tegengaan van deze vorm van mobiel banditisme.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot 13 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van opzetheling van 960 gestolen iPhones.