Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Gelet hierop en in het licht van wat onder 2.4 is vooropgesteld, is het oordeel van het hof dat de verdachte (samen met haar echtgenoot) niet alleen de auto en het geldbedrag van ongeveer € 7.000, maar ook de andere in haar woning aangetroffen contante geldbedragen voorhanden heeft gehad in de zin van artikel 420bis lid 1 Sr en dat zij wist dat die geldbedragen uit enig misdrijf afkomstig waren, niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
30 januari 2024.