Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Bewezenverklaring, bewijsvoering en kwalificatiebeslissing
3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
4.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
(i) de verdachte de later als vluchtauto gebruikte Toyota Vitz heeft ingebracht;
(ii) hij op de avond voorafgaand aan het bewezenverklaarde feit samen met [betrokkene 1] in deze auto naar de woning van [betrokkene 2] is gegaan;
(iii) de verdachte aldaar de kentekenplaten van de auto heeft verwijderd en samen met [betrokkene 2] en [betrokkene 4] de ruiten van deze auto heeft getint;
(iv) hij toen met [betrokkene 1] heeft besproken dat als de ruiten van een auto getint zijn, niemand kan zien wie de bestuurder en de inzittende van die auto zijn;
(v) hij de volgende dag als bestuurder van de Toyota Vitz samen met [betrokkene 1] naar de supermarkt [B] is gereden;
(vi) zij niet lang na aankomst telefonisch werden geïnformeerd dat de ‘geldlopers’ naar buiten kwamen;
(vii) [betrokkene 1] bij het zien van deze twee mannen uit de auto is gestapt en naar [slachtoffer ] is gerend en
(viii) de verdachte, nadat [betrokkene 1] de tas van [slachtoffer ] onder bedreiging met een vuurwapen had verkregen en weer in de auto was gestapt, is weggereden.
5.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
Daarnaast vergt het aanwezig hebben van een wapen of munitie dat de verdachte feitelijke macht over het wapen of de munitie kan uitoefenen in de zin dat hij daarover kan beschikken. Daarvoor hoeft het wapen of de munitie zich niet noodzakelijkerwijs in de directe nabijheid van de verdachte te bevinden. In bijzondere gevallen volstaat de enkele mogelijkheid tot het uitoefenen van feitelijke macht over het wapen of de munitie niet voor het oordeel dat de verdachte dat wapen of die munitie voorhanden had in de zin van artikel 26 lid 1 WWM Pro. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer iemand onverhoeds of ongewild kortstondig een wapen of munitie van een ander in handen krijgt of wanneer iemand onverwacht kennis krijgt van de aanwezigheid in zijn nabijheid van een wapen of munitie van een ander, terwijl hij redelijkerwijs daarvan niet direct afstand kan nemen. (Vgl. HR 31 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:504.)
6.Beslissing
21 december 2021.