Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Bewezenverklaring, bewijsvoering en verweren
hij als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welke gedraging hij als bestuurder van een motorrijtuig had verricht en welk verkeersongeval had plaatsgevonden in [plaats] op de [a-straat] , op 2 februari 2020 de voornoemde plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander, te weten [benadeelde] , schade was toegebracht;
hij op 2 februari 2020 te [plaats] , als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 en aan wie door een opsporingsambtenaar was bevolen medewerking te verlenen aan een ademonderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van genoemde wet, niet heeft voldaan aan de verplichting ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat en aan de verplichting gevolg te geven aan alle door een opsporingsambtenaar ten dienste van het onderzoek gegeven aanwijzingen.”
3.Het eerste middel
de bestuurdervan de auto een licht getinte man met kaal hoofd, wit shirt en leren jas zou zijn. Een blik over de papieren muur leert dat die eerste meldster dezelfde persoon is als de later gehoorde getuige [betrokkene 1] . Niets staat eraan in de weg dat de feitenrechter die latere getuigenverklaring waardeert in de context van de eerdere melding. De bewezenverklaring is in zoverre niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.