ECLI:NL:HR:2009:BI3847
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsgebruik verklaring minderjarig slachtoffer in zedenzaak en vermindert straf
In deze zaak stond de vraag centraal of de verklaring van een minderjarig slachtoffer in een zedenzaak als bewijs mocht worden gebruikt, ondanks dat de rechter het verzoek om het slachtoffer opnieuw te horen had afgewezen vanwege het beschermen van haar gezondheid en welzijn.
De Hoge Raad bevestigde dat op grond van art. 288 lid 1 sub b Sv Pro de rechter mag afzien van het verhoor van een niet verschenen getuige indien het gegronde vermoeden bestaat dat het welzijn van de getuige daardoor in gevaar komt, en dat dit zwaarder kan wegen dan het belang van ondervraging. De verklaring van het slachtoffer, die audiovisueel was vastgelegd, mocht als bewijs worden gebruikt, mits er voldoende compensatie was geboden voor het ontbreken van directe ondervraging. Het hof had dit adequaat gemotiveerd en voldoende compensatie geboden door onder meer deskundigenrapportages en het afspelen van de videoband.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het hof niet verplicht was nader te motiveren waarom het klinische oordeel van deskundigen werd gevolgd, omdat de verdediging dit niet voldoende had bestreden. Ten slotte werd de opgelegde gevangenisstraf verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest alleen voor wat betreft de strafmaat en legde een gevangenisstraf op van achttien maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en verwierp het cassatieberoep voor het overige.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt bewijsgebruik verklaring slachtoffer en vermindert gevangenisstraf tot achttien maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk.