Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
verklaring van verdachte
Overweging met betrekking tot het bewijs
het hof begrijpt: de balie) en de blauwe stoel, twee witte tiewraps (kabelbinders) gevonden. Ook op het werkblad van de bar, op het uiteinde en op de vloer voor de bar heeft de politie twee witte tiewraps gevonden. Op die plek in de sportschool zijn verder geen andere tiewraps aangetroffen. Op die plek heeft ook geen brand gewoed. De politie heeft aldus op de plek die verdachte heeft aangewezen als de plek waar hij de tiewraps heeft afgedaan, ook daadwerkelijk tiewraps aangetroffen, alsmede in de directe nabijheid van deze plek. Die tiewraps voldoen ook aan de beschrijving die verdachte daarvan heeft gegeven: het ging om twee of drie witte tiewraps aan elkaar. Op die tiewraps is ook DNA van verdachte aangetroffen. Het kan niet anders dan dat dat de tiewraps betreffen waarmee verdachte claimt gebonden te zijn geweest. Uit onderzoek van het NFI is vervolgens gebleken dat die tiewraps nooit als een gesloten lus aan elkaar hebben gezeten en dat het dus onmogelijk is dat verdachte hiermee is vastgebonden geweest en het derhalve niet noodzakelijk was om deze tiewraps door te snijden dan wel los te trappen.
3.Bespreking van het middel
NJ2023/99 m.nt. W.H. Vellinga volgt m.i. dat de motivering ook besloten kan liggen in de vaststellingen van het hof.
opzettelijkonjuist heeft verklaard (motiveringseis ii, deel 2) en waarom de kennelijke leugenachtigheid relevant is voor de bewezenverklaring (motiveringseis iii), acht ik de kennelijke leugenachtigheid niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd. Met zijn overwegingen heeft het hof immers tot uitdrukking gebracht dat de verdachte politie en justitie opzettelijk op het verkeerde been heeft willen zetten door een onjuiste verklaring af te leggen en zo heeft willen verhullen dat hijzelf verantwoordelijk was voor de brandstichting, zodat zijn verklaring in dat opzicht redengevend is voor de bewezenverklaring. [13] Eén of meer vergissingen aan de kant van de verdachte heeft het hof kennelijk onaannemelijk geacht. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd, in het bijzonder door de vaststellingen van het hof aangaande de tiewraps. Het feit dat de verdachte heeft verklaard te zijn vastgebonden met tiewraps en deze tiewraps heeft losgesneden respectievelijk losgetrokken, terwijl de tiewraps nooit op juiste wijze met elkaar verbonden zijn geweest, verdraagt zich niet met een vergissing aan de kant van de verdachte en is evenmin te verklaren door geheugenverlies waar de verdediging op heeft gewezen. Het vastgebonden zijn met de tiewraps is bovendien een dusdanig essentieel onderdeel van het door de verdachte gesuggereerde overval-scenario, dat daarmee de kennelijke leugenachtigheid van dat hele scenario komt vast te staan. [14] Daarmee staat de betekenis van de kennelijk leugenachtige verklaring voor de bewezenverklaring [15] buiten kijf. Met andere woorden, de leugen over de tiewraps houdt zo nauw verband met de vraag wie de handelingen in de sportschool heeft verricht, dat uit de leugen daadwerkelijk kan worden afgeleid dat het de verdachte is die de overval heeft geënsceneerd. [16] Dat neemt overigens niet weg dat het de overtuigingskracht van het arrest ten goede was gekomen als het hof het opzet op en de redengevendheid van de onjuistheid van de verklaring nader had geduid. [17]