Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
17 maart 2015.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 mei 2013. Namens de verdachte heeft mr. B.P. de Boer een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsman van de verdachte heeft hier schriftelijk op gereageerd.
De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen bevat die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en het arrest van het Gerechtshof bekrachtigd. Het arrest is gewezen door raadsheer B.C. de Savornin Lohman als voorzitter, en raadsheren Y. Buruma en N. Jörg, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 17 maart 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen zonder nadere motivering.