Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
13 september 2022.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor medeplegen van diefstal van goederen ter waarde van circa 1860 euro uit een brasserie in Knokke-Heist, België. Op 26 juli 2018 werden verdachte en een medeverdachte aangetroffen in een auto waarin de gestolen goederen werden gevonden. Het hof baseerde zijn oordeel mede op camerabeelden en een routeanalyse die de verklaring van verdachte over het tijdstip van ophalen door de medeverdachte tegensprak.
Verdachte ontkende betrokkenheid en verklaarde niet in België te zijn geweest, maar deze verklaringen achtte het hof kennelijk leugenachtig. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de enkele mogelijkheid dat de auto harder had gereden dan de routeplanner aangaf, het oordeel niet ondermijnt.
De advocaat-generaal had geconcludeerd tot vernietiging van het arrest en terugwijzing, maar de Hoge Raad verwierp het cassatieberoep. De zaak werd daarmee definitief afgedaan met bevestiging van het hofsoordeel.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest dat verdachte medepleegde aan diefstal bevestigt.