Conclusie
SBK)
[eiser 2])
SBK c.s., in vrouwelijk enkelvoud)
Topco)
Midco)
Holdco)
STAK)
Fortenova c.s., in vrouwelijk enkelvoud)
Open Pass)
Sandglass)
TMF)
[verweerder 8])
OK) op grond van een belangenafweging de verzoeken van SBK c.s. heeft afgewezen. Die verzoeken zijn gericht op het bevelen van een onderzoek en het treffen van onmiddellijke voorzieningen bij Fortenova c.s. Deze beschikking wordt in cassatie bestreden door SBK c.s. met een lawine aan rechts- en motiveringsklachten. M.i. zonder vrucht. Vandaag neem ik ook conclusie in een verwante zaak bij de Hoge Raad (bekend onder 23/00717), eveneens strekkende tot verwerping.
1.Feiten
governanceaanleiding geeft tot twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken en of een belangenafweging in de weg staat aan toewijzing van een enquêteverzoek.”
Settlement Planovereengekomen en heeft een herstructurering en doorstart van de groep plaatsgevonden. Daaruit is medio 2018 de in Zagreb gevestigde vennootschap naar vreemd recht Fortenova Grupa d.d. (hierna:
Grupa) ontstaan. Grupa is een van de grootste bedrijven van Zuidoost-Europa en actief in de detailhandel, voedselproductie en landbouw. Grupa heeft een jaaromzet van meer dan € 5 miljard en telt meer dan 47.000 werknemers.
Fortenova Groep).
Administratievoorwaarden).
Settlement Planvermeldt onder meer:
Reserved Mattersvoorbehouden aan de voorafgaande goedkeuring van de vergadering van certificaathouders. Daarbij geldt, zakelijk weergegeven, het volgende.
Reserved Mattersbetreffende
business-aangelegenheden vereisen een besluitvorming binnen de vergadering van certificaathouders met een gewone meerderheid van meer dan vijftig procent (50+%) van alle uitgegeven en uitstaande certificaten met stemrechten (
Simple Majority).
Reserved Mattersbetreffende financieringsaangelegenheden vereisen een besluitvorming binnen de vergadering van certificaathouders met een gekwalificeerde meerderheid van ten minste zestig procent (60%) van alle uitgegeven en uitstaande certificaten met stemrechten (
Qualified Majority).
Reserved Mattersbetreffende
corporate governance-aangelegenheden (zoals het wijzigen van de statuten) vereisen een besluitvorming binnen de vergadering van certificaathouders met een super gekwalificeerde meerderheid van ten minste zesenzestig twee derde procent (66 2/3%) van alle uitgegeven en uitstaande certificaten met stemrechten (
Super Qualified Majority).
Reserved Mattersde voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering behoeft. In de statuten van Grupa zijn vergelijkbare bepalingen opgenomen. De vergadering van certificaathouders van STAK fungeert daarmee ter zake van
Reserved Mattersin feite als de algemene vergadering van Fortenova Groep.
Sberbank). SBK is opgericht als
special purpose vehiclemet als doel het houden van de belangen van Sberbank in Fortenova Groep. Op 5 april 2022 zijn de belangen van Sberbank in Fortenova Groep overgedragen aan SBK. Sindsdien houdt SBK 41,82% van de door STAK uitgegeven certificaten van aandelen in Topco.
Settlement Plan, maar heeft nadien certificaten verworven. Thans houdt zij 28,19% van de door STAK uitgegeven certificaten van aandelen in Topco.
Lijst).
VTB) houdt 7,27% van de door STAK uitgegeven certificaten van aandelen in Topco en is tevens opgenomen op de Lijst en onderworpen aan beperkende maatregelen uit hoofde van Verordening (EU) nr. 269/2014.
Simple Majority,
Qualified Majorityen
Super Qualified Majoritymet betrekking tot verschillende
Reserved Matterswordt opgeheven. In plaats daarvan wordt het volgende voorgesteld.
minderdan 35% van de certificaten wordt gehouden door gesanctioneerde partijen, dienen besluiten over
Reserved Matterste worden genomen met een meerderheid van de positieve uitgebrachte stemmen die ten minste 70% van het totale aantal uitgegeven certificaten met stemrecht vertegenwoordigen. Indien op minder dan 70% van het aantal certificaten met stemrecht een stem is uitgebracht, zal een tweede vergadering worden gehouden waarin het besluit zal worden genomen met een meerderheid van 75% van de uitgebrachte stemmen ongeacht het aantal aanwezige of bij de stemming vertegenwoordigde certificaathouders met stemrecht.
meerdan 35% van de certificaten wordt gehouden door gesanctioneerde partijen, dienen besluiten over
Reserved Matterste worden genomen met een meerderheid van 60% van de uitgebrachte stemmen ongeacht het aantal aanwezige of bij de stemming vertegenwoordigde certificaathouders met stemrecht.
Reserved Matterster zake van investeringen in en desinvesteringen van bedrijfsmiddelen, onroerend goed, aandelen en andere ondernemingen wordt verhoogd van (afhankelijk van de
Reserved Matterwaar het om gaat) € 30 miljoen en € 50 miljoen tot een waarde van € 500 miljoen en, voor zover het gaat om transacties binnen de groep, tot een onbepaalde waarde.
[betrokkene 1]), een schriftelijke verklaring opgesteld. [3] Daarin staat - kort gezegd - dat Fortenova Groep grote bedreigingen ervaart ten aanzien van haar bedrijfsactiviteiten en continuïteit als gevolg van de perceptie dat zij wordt gecontroleerd door de gesanctioneerde entiteiten SBK en VTB die samen 49,90% van de certificaten houden, terwijl de meeste beslissingen worden genomen bij een drempel van 50%. Als voorbeelden noemt hij dat de groep nog geen accountant voor de audit over 2022 heeft kunnen benoemen, dat haar
global service providerSAP haar dienstverlening tijdelijk heeft opgeschort en dat financiële instellingen de groep nu zien als ‘rode vlag’ en aan een sterk verhoogde monitoring hebben onderworpen.
vonnis) heeft de voorzieningenrechter deze primaire vordering van SBK toegewezen. [4] STAK en Open Pass hebben van dat vonnis hoger beroep ingesteld.
know your customereen verscherpt onderzoek gestart naar deze particuliere investeerder.
hof-arrest) heeft het gerechtshof Amsterdam (hierna: het
hof) in hoger beroep het vonnis vernietigd. [5] Het hof achtte voorshands voldoende aannemelijk dat de sanctieregels in de weg staan aan toelating van SBK tot een vergadering van certificaathouders van STAK en uitoefening van de stemrechten verbonden aan haar certificaten. Het subsidiair gevraagde algehele verbod om de
corporate governancevan STAK te wijzigen achtte het hof evenmin toewijsbaar. Ook het meer subsidiair gevorderde verbod om een certificaathoudersvergadering bijeen te roepen wees het hof af.
governanceis aangenomen met 78% voor, 22% tegen. De door Open Pass uitgebrachte stemmen niet meegerekend heeft circa 30% van de certificaathouders voor gestemd, 70% tegen.
2.Procesverloop
In feitelijke instantie (bij de OK)
Reserved Matters, zulke gegronde redenen oplevert. (rov. 3.8)
governance,en dat de omstandigheid dat SBK en VTB daarbij niet hebben kunnen stemmen het uitdrukkelijk beoogde gevolg is van de sancties. De OK laat echter in het midden of het gegeven dat het bestuur van Topco, Midco en Holdco onder deze omstandigheden uitvoering zal geven aan die besluiten zulke gegronde redenen oplevert. (rov. 3.12)
Reserved Mattersbehoudt, maar dat hetzelfde geldt voor SBK.
Reserved Mattersin beginsel dient te geschieden met een bepaalde meerderheid
van alle uitgegeven en uitstaande certificaten met stemrechten(rov. 2.6), waartoe tevens de certificaten behoren die worden gehouden door de gesanctioneerde Russische banken SBK en VTB. [13]
Reserved Mattersis voorbehouden aan de voorafgaande goedkeuring van de vergadering van certificaathouders (rov. 2.6). En dat de vergadering van certificaathouders ter zake van
Reserved Mattersin feite fungeert als de algemene vergadering van Fortenova Groep (rov. 2.7).
Reserved Mattersbetreffende
business-aangelegenheden (
Simple Majority). Want ook dat zonder SBK en VTB die in beginsel vereiste meerderheid in de praktijk, [14] of zelfs principieel, [15] niet wordt gehaald in de eerste twee vergaderingen.
a fortioriwaar deze gesanctioneerde Russische vennootschappen hun vergader- en stemrechten op basis van dat gezamenlijke 49,9%-belang niet kunnen aanwenden door de sancties tegen hen op basis van Verordening (EU) nr. 269/2014.
Simple Majority,
Qualified Majorityen
Super Qualified Majoritymet betrekking tot verschillende
Reserved Matterswordt opgeheven. [16] En van die wijziging is het gevolg dat de zeggenschapsverhoudingen binnen de vergadering van certificaathouders van STAK zodanig veranderen dat die overwegende invloed van SBK en VTB wordt weggenomen.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Inleidende opmerkingen inzake het enquêterecht
slechtsplaats, wanneer in dat concrete geval
blijktvan zulke gegronde redenen. Het volstaat dan voor de OK dus niet zulke gegronde redenen te veronderstellen. Zie onder 3.6 hiervoor. Iets anders is dat het door haar op basis van zo’n belangenafweging afwijzen van zo’n verzoek kan samengaan met het achterwege blijven van zo’n onderzoek naar het bestaan van zulke gegronde redenen. [39] Bij afwijzing van zo’n verzoek is het voor de OK dus wel mogelijk te volstaan met het veronderstellen van zulke gegronde redenen.
ordemaatregel. [42] Bij zowel art. 2:349a lid 2 BW als art. 2:349a lid 3 BW dient de OK onder meer een belangenafweging toe te passen. [43] Het moge duidelijk zijn dat als de OK eerst het enquêteverzoek beoordeelt en dit afwijst, waarmee het geding bij de OK een einde neemt, zo’n verzoek tot het treffen van een onmiddellijke voorziening deelt in dit lot. Aan een afzonderlijke beoordeling van laatstgenoemd verzoek komt de OK dan logischerwijs niet meer toe.
Rov. 3.14 van de beschikking heeft afdoende basis in het procesdossier
corporate governance, zoals geagendeerd door Open Pass, nodig is - in ieders belang, ook dat van SBK - om het vertrouwen van de markt te herstellen en interne besluitvorming niet te laten vastlopen. [67] Dat, al is de wijziging van de
corporate governancevoor wanneer minder dan 35% van de certificaathouders gesanctioneerd zijn voorlopig een papieren werkelijkheid (helaas is er nog geen zicht op een einde aan de oorlog in Oekraïne en daarmee de sancties), [68] de markt wel nu het vertrouwen verschaft dient te worden dat ook nadien de besluitvorming is aangepast. [69] Dat Fortenova Groep sinds de inval in Oekraïne met operationele en reputationele problemen kampt vanwege de perceptie van inmenging door Russische entiteiten, waardoor essentiële dienstverleners dreigden af te haken en in algemene zin de Europese markt zich tegen haar keerde; wat Open Pass, samen met het
managementvan Fortenova Groep, heeft willen tegengaan. [70] Dat het blijven instellen van rechtsvorderingen door SBK - vanaf de in augustus 2022 geëntameerde kortgedingprocedure [71] - leidt tot het voortduren van de negatieve persaandacht over Russische inmenging bij Fortenova Groep, met alle operationele gevolgen van dien. [72] Dat de onderhavige enquêteprocedure opnieuw voor onrust heeft gezorgd. [73] En dat uitvoering van de voorstellen van Open Pass “snel moet doorgaan in het belang van de onderneming.” [74] Tegen deze achtergrond - en gezien ook sub b-e - verrast het niet dat de OK bij haar oordeel betrekt dat het belang van de continuïteit van de onderneming van Fortenova Groep vergt dat eens en voor altijd duidelijk wordt dat zij niet onder invloed staat van haar gesanctioneerde Russische certificaathouders. En dat aan de sinds augustus 2022 voortdurende onzekerheid daarover op korte termijn een einde wordt gemaakt.
firstcategory, the Group has not even been able to appoint an auditor for the financial year 2022. (…) The impact of this is enormous. Note that Fortenova is by law a company of systemic importance for both the Croatian and Slovenian economies, similar to what KPN is for the Dutch telecom market. The threat of a company of this importance and magnitude not being able to retain the services of an international audit firm is massive. This already threatens the timeline for commencement of the pre-audit for Financial Year 2022 which in turn threatens to have a huge negative impact from a business continuity perspective. Also, the Group will not be able to refinance more than EUR 1 billion of short term liabilities becoming due in Q3 2023 without timely audited accounts.”
Senior Secured Notes) die in september 2023 opeisbaar worden, welke schuld zo spoedig mogelijk moet worden geherfinancierd. [76] Gelijk Open Pass, waar zij verwijst naar een door de onderneming in september 2023 te herfinancieren krediet van € 1,1 miljard, in een volatiele markt met stijgende rentes. [77] [betrokkene 1] heeft ter zitting bij de OK nog opgemerkt: [78]
finance arrang[e]menteindigt in september 2023. Dat moeten we oplossen en dat gaat niet als de perceptie bestaat dat de onderneming gecontroleerd wordt door Russische partijen.”
secondcategory, global service provider SAP (world leader of integrated Enterprise Resource Planning solutions) temporarily suspended all services to the Group as a result of the perception that Fortenova is "owned" by sanctioned Russian state-owned banks. After extreme efforts by management and legal advisors, temporary provision of services was resumed, but
nofurther services can be contracted.”
governanceen waarbij het meer dan twee maanden geduurd heeft om deze ondernemingen te overtuigen om hen te blijven ondersteunen. [86] Welke terughoudendheid niet beperkt is tot IT-bedrijven, maar ook aan de orde is bij bijvoorbeeld de accountant en banken/financiers. [87] De overweging van de OK dat ict-dienstverlener SAP overweegt haar overeenkomst met Fortenova Groep niet voort te zetten en dat Fortenova Groep in al haar zakelijke contacten als gevolg van de gepercipieerde invloed van SBK en VTB voortdurend met terughoudendheid wordt benaderd, heeft aldus - gezien ook sub a-b, in onderling(e) verband en samenhang - stevige wortels in stellingen van Fortenova c.s. en Open Pass.
Dit ligt in het logisch verlengde van de sub a-c weergegeven stellingen, bezien in onderling(e) verband en samenhang. Ik wijs ook hier erop dat Fortenova c.s. met betrekking tot de impact van de sancties dus heeft gewezen op genoemde schriftelijke verklaring van [betrokkene 1] . Waar hij bijvoorbeeld ook schrijft: [88]
thirdcategory: unfortunately, as a result of the sanctions issued against Sberbank/SBK Fortenova is now a red flag. Financial institutions with which the Group directly operates have severely increased monitoring. Although for the moment they continue to provide services, their increased screening and monitoring has placed a high level of strain on the compliance teams within the Group. As a result of the sanctions issued against Sberbank/SBK, we are required to regularly submit detailed information about the depositary receipt holders of Fortenova. (…) Furthermore, there have been several situations where banks of third parties (Group partners) have refused to receive or make payment from and to Fortenova disrupting our Retail operations (where we are a regional market leader). In the current global supply chain situation, this adds more layers of insecurity to business operations.”
(ii) IT Service Management for the Croatian agency for support of information systems and technologies - APIT IT d.o.o. and International Zagreb Airport JSC;
Dit strookt niet alleen met 3.15-3.17 hiervoor (specifiek sub a-e, in onderling(e) verband en samenhang bezien). Dit volgt bijvoorbeeld ook uit diverse passages in het (eerste) verweerschrift van Fortenova c.s. Zo heeft zij daar aangevoerd dat Fortenova Groep de gerechtvaardigde verwachting had dat SBK de uitkomst van het hof-arrest zou aanvaarden en dat hiermee de pogingen van SBK tot een eind zouden komen, maar dit helaas niet juist bleek te zijn: slechts twee werkdagen nadat het hof-arrest was gewezen, heeft SBK deze enquêteprocedure voor de OK ingeleid. [91] En dat toewijzing van een of meer van de voorzieningen de uitkomst van het hof-arrest zal tenietdoen en de perceptie in de markt zal voeden dat SBK, in weerwil van haar gesanctioneerde status, toch invloed kan uitoefenen over Fortenova Groep. [92] Dit volgt verder bijvoorbeeld uit de slotpassage in het verweerschrift van Open Pass. Zij heeft daar de OK verzocht hetzelfde te doen als “(team handel van) Hof Amsterdam”, dat hard heeft gewerkt om “rust in de tent te brengen” door in een krappe twee weken (tijdens de Kerstvakantie) het uitgebreid gemotiveerde hof-arrest te wijzen. En wel door “spoedig SBK niet-ontvankelijk te verklaren of de verzoeken van SBK af te wijzen”. [93] Direct voorafgaand daaraan heeft Open Pass uiteengezet dat Fortenova Groep sinds de inval in Oekraïne kampt met operationele en reputationele problemen vanwege de perceptie van inmenging door Russische entiteiten. Dat Open Pass dit, in samenspraak met het
managementvan Fortenova Groep, heeft willen tegengaan (dus mede met de voorgestelde wijziging van de
corporate governance). En dat vrijwel alle neuzen op dit punt dezelfde kant op staan; ook die van andere certificaathouders, minus SBK. Want “[h]et is alleen SBK die met twee kort gedingen (één ingetrokken), het (verweer in het) hoger beroep, de ‘overdracht’ aan [eiser 2] en nu deze procedure probeert een spaak in de wielen te steken.” [94]
Weergave en bespreking van de klachten van SBK c.s.
eerstemiskennen deze oordelen art. 24 Rv Pro, art. 149 lid Pro 1, eerste zin Rv en/of het in rov. 3.13, tweede zin vermelde vereiste.
tweedezijn deze oordelen zonder nadere motivering (die ontbreekt) onbegrijpelijk, nu uit het procesdossier niet blijkt dat Fortenova c.s. en/of Open Pass dit heeft gesteld. [97]
derdeis er “aldus” sprake van een ontoelaatbare verrassingsbeslissing, nu deze onderwerpen in het debat tussen partijen niet aan bod zijn gekomen.
onafhankelijkeonderzoekers en SBK kan op een onderzoeker geen invloed uitoefenen (en al helemaal niet dermate veel invloed dat Fortenova Groep onder invloed van gesanctioneerde certificaathouders staat). Voorts hebben Fortenova c.s. en Open Pass met "niet onder invloed staan" bedoeld dat gesanctioneerde certificaathouders niet een doorslaggevende stem hebben (zoals nader zal worden toegelicht in onderdeel 2.2) en hebben zij eventuele invloed op het onderzoek (voor zover dat al mogelijk is, wellicht in de vorm van bijvoorbeeld procedures hierover) niet als bezwaar aangevoerd.”
eerstezijn deze oordelen onbegrijpelijk, nu: (i) in rov. 2.28 is geoordeeld dat uit het hof-arrest volgt dat SBK haar stemrechten niet kan uitoefenen en uit het procesdossier ook niet volgt dat Fortenova Groep anderszins onder invloed staat van gesanctioneerde Russische certificaathouders; (ii) uit de stellingen van Open Pass juist volgt dat door het hof-arrest er geen onzekerheid meer bestaat dat Fortenova Groep niet onder invloed staat van gesanctioneerde certificaathouders; en (iii) [betrokkene 1] ter zitting heeft verklaard dat de handelspartners (met name ict-bedrijven) konden worden overtuigd Fortenova Groep te blijven ondersteunen met als belangrijkste argument dat Fortenova Groep niet overwegend werd gerund door gesanctioneerde partijen. Aldus kan geen sprake ervan zijn dat Fortenova Groep onder invloed staat van gesanctioneerde certificaathouders, en zonder nadere motivering (die ontbreekt) valt niet in te zien waarom bij het gelasten van een onderzoek en het tegenhouden van uitvoering van besluiten hiervan vervolgens wel mogelijk sprake kan zijn of althans hiervan een signaal uitgaat.
tweedemotiveert de OK ook niet waarom “van dit laatste” sprake zou zijn, terwijl zij gezien het oordeel in rov. 3.12 over de door haar geplaatste vraagtekens wel de reden voor afwijzing van de verzoeken (kort gezegd: de in rov. 3.14 vermelde serieuze continuïteitsbedreiging wegens voormeld signaal als gevolg van het gelasten van een onderzoek of tegenhouden van uitvoering van de besluiten) gedetailleerd diende te motiveren.
derdeis sprake van een ontoelaatbare verrassingsbeslissing, voor zover de OK wel heeft bedoeld dat Fortenova Groep op andere wijze dan via stemrechten onder invloed staat van gesanctioneerde Russische certificaathouders. Dit onderwerp is in het debat tussen partijen niet aan bod gekomen.
subonderdeel 1.1.
subonderdeel 1.2.
subonderdeel 1.3.
eerste klacht.
tweede klacht.
derde klacht.
eerstemiskent de OK met deze oordelen art. 24 Rv Pro, art. 149 lid Pro 1, eerste zin Rv en/of rechtspraak van de Hoge Raad “inzake kort gezegd het vereiste van voor de rechter en wederpartij voldoende duidelijke stellingen waarbij de rechter niet hoeft te letten op feiten die louter uit een productie blijken”.
tweedezijn deze oordelen althans onbegrijpelijk, nu Fortenova c.s. met betrekking tot die verklaring niets heeft gesteld over de perceptie dat zij wordt gecontroleerd door SBK en VTB en over de problemen met accountant, SAP en financiële instellingen, maar enkel over de gevolgen als banken en andere belangrijke handelspartners vanwege de sancties hun relatie met Fortenova Groep verbreken.
derdeheeft de OK met het oordeel in rov. 2.24 art. 164 lid 2 Rv Pro miskend, nu het aldaar geoordeelde enkel volgt uit de verklaring van [betrokkene 1] en dit een partijverklaring is die gezien de betwisting door [eiser 2] niet tot bewijs kan strekken.
vierde: voor zover in rov. 3.9 en/of rov. 3.14 “op het oordeel in rov. 2.24 is voortgebouwd, deelt deze om een of meer van voorgaande redenen in dit lot.”
eersteklacht wordt opgeworpen voor zover genoemd oordeel “is gebaseerd op de stelling van Fortenova c.s. dat het voor Fortenova-groep van groot belang is dat wordt veiliggesteld (“
zoals is gedaan in het [hof]arrest”) dat SBK geen invloed heeft op de Fortenova-groep”. Dat oordeel is dan onbegrijpelijk, nu “dit” blijkens deze stelling zelf (ook volgens Fortenova c.s.) met het hof-arrest is verholpen. Aldus valt immers niet in te zien waarom de verzoeken zijn afgewezen op de grond dat duidelijk moet zijn dat SBK geen invloed heeft, terwijl uit het hof-arrest (en die stelling) volgt dat SBK geen invloed heeft en toewijzing van een of meer verzoeken door de OK niet ertoe leidt dat SBK alsnog wel invloed verkrijgt (de OK heeft dit laatste ook niet geoordeeld).
tweedeis dat oordeel onbegrijpelijk voor zover het is gebaseerd op de stelling van Open Pass dat het belangrijk is dat een signaal wordt gegeven dat Fortenova Groep niet meer onder beslissende invloed staat van de gesanctioneerde partij, ook niet nadat de oorlog voorbij is. Open Pass heeft immers niet gesteld dat het belang van de continuïteit dit vergt (maar enkel dat dit “belangrijk” is) en ook niet dat aan die toekomstige onzekerheid (na einde van de oorlog) reeds op korte termijn een einde dient te worden gemaakt. Daarbij is niet gesteld dat er reeds thans (zolang SBK haar stemrechten niet kan uitoefenen) al iets gevergd wordt op grond van het continuïteitsbelang of dat iets op korte termijn is gevergd.
derde, en in het verlengde van de tweede klacht: Open Pass heeft terloops wel gesteld dat de markt nu het vertrouwen dient te worden verschaft dat ook na het einde van de oorlog de besluitvorming is aangepast, maar die blote stelling was geplaatst in de sleutel van het spoedeisend belang bij de verzoeken van SBK. Voor zover de OK haar oordeel hierop zou hebben gebaseerd, is dat zonder nadere motivering (die ontbreekt) onbegrijpelijk nu niet valt in te zien waarom de OK de verzoeken zou (kunnen) afwijzen vanwege het belang van Fortenova Groep om na het einde van de oorlog (en dus als de sancties tegen SBK zijn opgeheven en zij weer haar stemrechten kan uitoefenen) toch de gewijzigde
corporate governancete kunnen blijven voortzetten. [113]
overtuigdom Fortenova te blijven ondersteunen waarbij het belangrijkste argument was dat Fortenova niet overwegend werd gerund door gesanctioneerde partijen en Fortenova de stemverhoudingen zou veranderen zodat duidelijk was dat een Russische partij geen doorslaggevende stem zou hebben [115] en (ii) Open Pass heeft gesteld dat essentiële dienstverleners
dreigden(verleden tijd) af te haken en de Europese markt zich in algemene zin
keerde(verleden tijd) tegen Fortenova en dat de rust in de tent werd gebracht door het hofarrest, in welk arrest de bezwaren tegen de voorstellen van Open Pass zijn weerlegd (en SBK haar stemrechten niet meer kon uitoefenen). [116] ”
eerstemiskent de OK met deze oordelen art. 149 en Pro 150 Rv althans zijn deze oordelen onvoldoende gemotiveerd in het licht van “de gemotiveerde betwisting tevens essentiële stellingen” van [eiser 2] . Meer specifiek met betrekking tot onverenigbaarheid tussen enerzijds de stellingen van Fortenova c.s. en Open Pass en anderzijds het persbericht van Fortenova Groep van 30 november 2022, waaruit blijkt dat de dreiging van terughoudende zakelijke contacten en mislukken van de herfinanciering al geruime tijd blijkbaar (zeer) beperkt is.
februari2022 zakenpartners ineens niet meer met Fortenova Groep wilden samenwerken, omdat de perceptie ontstond dat Fortenova Groep werd beheerst door (gesanctioneerde) Russen. Maar ook dat in rov. 3.14 - ik begrijp: de eerste zin - “onjuist, onbegrijpelijk althans onvoldoende gemotiveerd wordt gesproken” over
augustus2022. Waarover dit subonderdeel kennelijk ten
tweedeklaagt.
eerstemiskennen deze oordelen art. 24 Rv Pro en/of art. 149 lid Pro 1, eerste zin Rv althans zijn deze oordelen onbegrijpelijk, nu dit uit het procesdossier niet blijkt en Fortenova c.s. juist iets anders heeft gesteld. [117] In rov. 3.14 is ook niet geoordeeld dat een dergelijke goedkeurende accountantsverklaring niet tijdig zal worden verkregen (of dat dit risico bestaat) indien een of meer verzoeken worden toegewezen. Aldus kan het oordeel over de accountantsverklaring geen omstandigheid zijn op grond waarvan een of meer verzoeken dienen te worden afgewezen. Voor zover dit wel is gebeurd, is dit onbegrijpelijk.
tweede: nu in rov. 3.14 ter zake van de herfinanciering enkel is geoordeeld dat dit een tijdig goedkeurende accountantsverklaring vereist en niet is geoordeeld dat er een serieuze bedreiging is dat de herfinanciering niet doorgaat indien een of meer verzoeken worden toegewezen, geldt “dit” ook voor het oordeel in rov. 3.14 ter zake van de herfinanciering.
derde, zijn deze oordelen in rov. 3.14 en het eindoordeel in rov. 3.14, laatste zin onbegrijpelijk.
subonderdeel 1.5.
subonderdeel 1.6.
eerste klachtloopt erop vast dat Fortenova c.s. uitdrukkelijk heeft verwezen naar de schriftelijke verklaring van [betrokkene 1] (die krap vijf pagina’s beslaat, met als onderdelen “Impact position Sberbank sanctions on Fortenova Group” (nrs. 2-8) en “We need to protect the Group against these threats and safeguard its continuity” (nrs. 9-12)). Niet alleen bij (eerste) verweerschrift, mede ter toelichting op de impact van de sancties op Fortenova Groep. [118] Waarop vervolgens kenbaar voortbouwt haar betoog over de gevolgen van de sancties, [119] inclusief het grote belang van Fortenova Groep dat wordt veiliggesteld dat SBK geen invloed heeft en dat die perceptie ook niet ontstaat. Maar ook en in lijn daarmee tijdens de mondelinge behandeling, in het kader van het gevaar voor de continuïteit van Fortenova Groep als de
governanceniet wordt aangepast. [120] In dit geval
konhet niet alleen duidelijk zijn voor de overige procesdeelnemers met inbegrip van de OK dat Fortenova c.s. in het kader van haar betoog in feitelijke instantie aldus belang hechtte aan de inhoud van deze verklaring, maar
washet dat ook. Illustratief is het verweerschrift van [eiser 2] , waarin op de inhoud van deze verklaring wordt gereageerd. [121] Ook is deze verklaring ter zitting bij de OK aan de orde geweest. [122] Reeds gelet hierop geven de bestreden oordelen van de OK, anders de klacht poneert, dus geen blijk van strijd met art. 24 Rv Pro, art. 149 lid Pro 1, eerste zin Rv dan wel de in de klacht genoemde Hoge Raad-rechtspraak. [123]
tweede klachtstrandt in het voetspoor van de eerste klacht. Zie onder 3.33.1 hiervoor. Dit behoeft geen verdere toelichting.
derde klachtsneeft reeds omdat de OK in rov. 2.24 enkel samenvat wat staat in de door Fortenova c.s. als productie overgelegde schriftelijke verklaring van [betrokkene 1] die is opgesteld op 29 augustus 2022, terwijl het in art. 164 lid 2 Rv Pro gaat om de bewijskracht van een mondelinge verklaring die een partij ten overstaan van de rechter als getuige heeft afgelegd (de bewijskracht van geschriften afkomstig van een partij is volgens de hoofdregel van art. 152 lid 2 Rv Pro overgelaten aan het oordeel van de rechter). [124] Overigens lees ik in de vindplaats die de klacht noemt [125] niet dat [eiser 2] zich bij de OK erop heeft beroepen dat deze verklaring zo’n partijverklaring is die niet tot bewijs kan strekken.
vierde klachtis een voortbouwklacht en deelt daarom in het lot van de eerste drie klachten, die dus falen. Zie onder 3.33.1-3.33.3 hiervoor.
subonderdeel 1.7.
eerste klachtloopt reeds vast op een gebrek aan feitelijke grondslag door een onjuiste lezing van de beschikking. De klacht veronderstelt dat de OK de verzoeken van SBK c.s. afwijst op de grond dat duidelijk moet zijn dat SBK geen invloed heeft op Fortenova Groep, in de zin dat SBK haar vergader- en stemrechten verbonden aan haar certificaten van aandelen in Topco niet kan uitoefenen. Dat SBK die invloed niet heeft, is immers - aldus de klacht - volgens Fortenova c.s. zelf al verholpen met het hof-arrest. [126] Dit is evenwel niet wat de OK ter zake oordeelt in rov. 3.9 en 3.14, naar reeds volgt uit 2.7-2.10, 3.23.2-3.23.3 en 3.25.2-3.25.3 hiervoor. Bovendien gaat de klacht aan de haal met hetgeen door Fortenova c.s. in totaliteit is aangevoerd bij de OK, dat immers niet slechts behelst wat de klacht ervan maakt. En abstraheert de klacht geheel van hetgeen door Open Pass in totaliteit is aangevoerd bij de OK. Zie onder 3.15-3.18 hiervoor.
tweede klachtstrandt. Deze richt zich op een zin uit de spreekaantekeningen zijdens Open Pass, daarbij verder abstraherend van hetgeen door Open Pass in totaliteit is aangevoerd bij de OK. Waaruit de OK niet onbegrijpelijk kon opmaken, gelijk het doet in de bestreden oordelen, dat ook Open Pass ter zake redeneert vanuit hetgeen het belang van continuïteit van de onderneming van Fortenova Groep vergt. Zie onder 3.15-3.18 hiervoor. De klacht ontbeert feitelijke grondslag door een onjuiste lezing van de beschikking, voor zover de klacht veronderstelt dat de OK met de bestreden oordelen tot uitdrukking brengt “dat aan die toekomstige onzekerheid (na einde van de oorlog) reeds op korte termijn een einde dient te worden gemaakt”. De OK betrekt daarbij immers, en niet onbegrijpelijk, dat Fortenova c.s. en Open Pass voldoende en overtuigend hebben toegelicht dat genoemd belang vergt dat op korte termijn een einde wordt gemaakt aan de sinds augustus 2022 voortdurende onzekerheid waarop deze partijen doelen. Waarover nader onder 2.7-2.10, 3.15-3.18, 3.23.2-3.23.3 en 3.25.2-3.25.3 hiervoor. Dat de klacht evenmin succes boekt met de laatste zin ervan, [127] volgt uit de behandeling van de derde klacht onder 3.34.3 hierna.
derde klacht. Open Pass heeft in haar verweerschrift [128] onder meer gesteld dat, al is de wijziging van de
corporate governancevoor wanneer minder dan 35% van de certificaathouders gesanctioneerd zijn voorlopig een papieren werkelijkheid (helaas is er nog geen zicht op een einde aan de oorlog in Oekraïne en daarmee de sancties), [129] de markt wel nu het vertrouwen verschaft dient te worden dat ook nadien de besluitvorming is aangepast. Zie onder 3.17 sub a hiervoor. Met deze stelling van Open Pass, die - naar het niet onbegrijpelijke oordeel van de OK - dus op meer ziet dan enkel het spoedeisend belang dat SBK meent te hebben, ontvalt reeds de bodem aan de laatste zin van de tweede klacht. Zie onder 3.34.2 hiervoor. De derde klacht sneeft eveneens. Want ook zonder nadere motivering is goed te volgen dat en waarom de OK, mede gelet op deze stelling van Open Pass, de verzoeken van SBK c.s. afwijst zoals zij doet als uiteengezet onder 2.7-2.10, 3.23.2-3.23.3 en 3.25.2-3.25.3 hiervoor. Welk oordeel dus niet slechts is ingestoken op een “belang van Fortenova Groep” als bedoeld in de klacht. [130]
subonderdeel 1.8.
finance arrang[e]menteindigt in september 2023. Dat moeten we oplossen en dat gaat niet als de perceptie bestaat dat de onderneming gecontroleerd wordt door Russische partijen.” [138]
managementvan Fortenova Groep - heeft willen tegengaan met haar voorstellen, waaronder wijziging van de
corporate governance. Daarbij zij bedacht dat ten tijde van dit verweerschrift, dat dateert van 9 januari 2023, van de beoogde wijziging van de
corporate governance [139] nog geen sprake was. [140] Illustratief is dat Open Pass nog ter zitting bij de OK aanvoerde dat “[g]ezien de onzekerheid die rond het Fortenova concern is gerezen, en de noodzaak voor herfinanciering van een miljardenkrediet, het bestuur flexibiliteit en slagvaardigheid nodig [heeft].” [141] En dat “[u]itvoering van de voorstellen snel [moet] doorgaan in het belang van de onderneming.” [142] Wat in lijn ligt met haar verweerschrift in totaliteit bezien. Zie ook onder 3.15-3.18 hiervoor. Veelzeggend is verder de volgende opmerking zijdens [eiser 2] ter zitting bij de OK: [143]
overleven" prioriteit nummer één.”
subonderdeel 1.9.
overleven" prioriteit nummer één. Dat van dit alles geen sprake is, blijkt al uit het persbericht van Fortenova zelf van 30 november 2022, waarin zij het heeft over haar "
continuing excellent operating trends in all of its core businesses" waarbij omzet en winst in de eerste drie kwartalen van 2022 hard gestegen zijn. [145] Ook de herfinanciering voor september 2023 ligt volgens eigen verklaring op schema. [146] Fortenova c.s. en haar advocaten schetsen dus een onjuist beeld en proberen blijkbaar de Ondernemingskamer om de tuin te leiden.”
uitdagend” is, (ii) dat “Fortenova Groep in al haar zakelijke contacten als gevolg van de gepercipieerde invloed van SBK en VTB voortdurend met terughoudendheid wordt bejegend”, en (iii) dat “Fortenova Groep zich in “
uitdagende” omstandigheden bevindt”. [149] Dit is reeds fataal voor de klacht.
tweede klachtstrandt op een gebrek aan feitelijke grondslag door een onjuiste lezing van de beschikking. De OK bedoelt in rov. 3.14, eerste zin met “sinds augustus 2022”, etc. immers iets anders dan de klacht veronderstelt. Kort gezegd: dat de door Open Pass voorgestelde wijziging van de zeggenschap in de vergadering van certificaathouders in die maand (op 9 augustus 2022) aan de certificaathouders is voorgelegd en sindsdien is bestreden door SBK. Zie onder 2.7-2.10 en 3.25.2 hiervoor. Het valt ook niet in te zien dat de stelling van Open Pass dat Fortenova Groep reeds sinds de Russische invasie van Oekraïne (in februari 2022) veel last heeft van haar gesanctioneerde certificaathouders, aan deze overweging van de OK in de weg zou staan.
subonderdeel 1.10.
subonderdeel 1.11.
eerste klacht.
finance arrang[e]menteindigt in september 2023. Dat moeten we oplossen en dat gaat niet als de perceptie bestaat dat de onderneming gecontroleerd wordt door Russische partijen.”
tweede klachtook strandt. Dit behoeft geen verdere toelichting.
derde klachtvast. Dit behoeft evenmin verdere toelichting.
eerste: voor zover de OK in rov. 3.14 wel heeft bedoeld dat bij haar toewijzing van (een of meer van) de verzoeken geen tijdige goedkeurende accountantsverklaring zal volgen of dat er een serieuze bedreiging is dat deze niet zal volgen of anderszins dat dit niet waarschijnlijk is, is hiermee art. 24 Rv Pro, art. 149 lid Pro 1, eerste zin Rv en/of art. 5 quindecies Pro lid 1 van Verordening (EU) nr. 833/2014 miskend, althans is dit oordeel onbegrijpelijk dan wel onvoldoende gemotiveerd.
tweede: voor zover in rov. 3.14 ter zake van de accountantsverklaring is voortgebouwd op hetgeen hierover in rov. 3.9 is vermeld, is dit onbegrijpelijk. Want aldaar (rov. 3.9) is niet geoordeeld dat het toewijzen van een of meer verzoeken door de OK zal leiden tot (het risico inzake) het uitblijven van een tijdige goedkeurende accountantsverklaring, nu in rov. 3.9 enkel is vermeld dat Fortenova c.s. en Open Pass hebben aangevoerd dat de huidige accountant vooralsnog niet bereid is een nieuwe opdracht te aanvaarden.
derde: voorts miskent dit oordeel van de OK in rov. 3.9 art. 24 Rv Pro, art. 149 lid Pro 1, eerste zin Rv althans het in rov. 3.13, tweede zin vermelde vereiste, althans is dit oordeel onbegrijpelijk.
vierde: voorts is ter zitting door [verweerder 8] betoogd dat PwC heeft aangegeven dat de uitkomst van de zitting niet doorslaggevend is, zodat onbegrijpelijk is waarom en hoe het (voorlopige en voorts niet geheel duidelijke) standpunt van PwC dan een rol kan spelen bij de belangenafweging. Dit geldt ook voor het feit dat dit enkel het standpunt is van de huidige accountant en nergens uit blijkt dat dit voor alle accountants geldt.
vijfde: voorts is PwC reeds eind november 2022 benoemd, [155] mede daarom is zonder nadere motivering (die ontbreekt) onbegrijpelijk waarom de OK haar oordeel in rov. 3.14 mede baseert op rov. 3.9 en daarmee mede op de verklaring van [verweerder 8] dat PwC heeft meegedeeld mogelijk niet door te gaan met haar werkzaamheden wegens zeggenschap van gesanctioneerde certificaathouders (terwijl ten tijde van de benoeming van PwC de veruit grootste certificaathouder SBK juist nog wel haar stemrechten kon uitoefenen). Zulks te meer nu is verklaard dat het PwC gaat om zeggenschap, de uitkomst van de zitting voor haar niet doorslaggevend is en ook niet is verklaard dat PwC ook niet doorgaat indien een of meer verzoeken worden toegewezen.
eerste klacht.
tweede klacht.
derde klacht.
vierde klacht.
vijfde klacht.
eerste: de oordelen in rov. 3.9 en 3.14 dat van belang is dat SAP overweegt haar overeenkomst met Fortenova Groep niet voort te zetten en dat Fortenova Groep in al haar zakelijke contacten als gevolg van de gepercipieerde invloed van SBK en VTB voortdurend met terughoudendheid wordt benaderd, miskennen art. 24, 149, 150 en/of 164 lid 2 Rv, althans zijn onbegrijpelijk dan wel onvoldoende gemotiveerd. Want uit het procesdossier blijkt dat deze oordelen enkel zijn gebaseerd op verklaringen van “ [betrokkene 1] , de CEO van Fortenova”. En over zijn eerste verklaring is geoordeeld in rov. 2.24, terwijl die verklaring enkel blijkt uit een productie en niet uit de stellingen van enige partij, zodat niet kan worden voortgebouwd op rov. 2.24. De klacht verwijst daarbij naar subonderdeel 1.6. De schending van art. 164 lid 2 Rv Pro baseert de klacht erop dat die verklaring een partijverklaring is.
tweedeklacht.
derdeklacht grijpt terug op het argument dat [eiser 2] gemotiveerd heeft gesteld dat onjuist is dat handelspartners en banken weglopen, omdat Fortenova Groep zelf in haar persbericht van eind november 2022 heeft verklaard dat de omzet en resultaten in de eerste drie kwartalen van 2022 hard zijn gestegen en dat de herfinanciering op schema ligt. De klacht zelf is ook repeterend van opzet. [165]
eerste klacht.
tweede klacht.
derde klacht.
eerste: in rov. 3.15 zijn op grond van de belangenafweging ook de verzochte onmiddellijke voorzieningen inzake benoeming van een bestuurder, beheerder en overdracht van aandelen of certificaten ten titel van beheer aan de beheerder afgewezen, terwijl in rov. 3.14 niet is geoordeeld over bezwaren tegen deze verzochte onmiddellijke voorzieningen. Zonder nadere toelichting (die ontbreekt) is onbegrijpelijk waarom daarvan een signaal uitgaat dat Fortenova Groep onder invloed staat van gesanctioneerde certificaathouders en dit tot een continuïteitsdreiging leidt. Uit het procesdossier blijkt ook niet dat Fortenova c.s. of Open Pass dit heeft gesteld.
tweede: voor zover de OK heeft bedoeld dat deze onmiddellijke voorzieningen worden afgewezen omdat het verzoek tot het gelasten van een onderzoek is afgewezen, deelt dit oordeel in het lot van het oordeel tot het afwijzen van het verzoek inzake een onderzoek (“zie voormelde subklachten”).
derde: voor zover de OK een verzoek tot deze onmiddellijke voorzieningen heeft afgewezen op grond van art. 2:349a lid 3 BW, had zij eerst dienen vast te stellen dat er naar haar voorlopig oordeel geen gegronde redenen zijn om aan een juist beleid of juiste gang van zaken te twijfelen, wat zij heeft miskend.
vierde: voor zover de OK dit laatste niet heeft miskend, is dit oordeel onbegrijpelijk gezien het oordeel in rov. 3.12 dat vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de mate waarin de zeggenschap wijzigt en de mate waarin daarbij rekening is gehouden met de belangen van de overige minderheidscertificaathouders. [166]
vijfde: indien het verzoek om voormelde onmiddellijke voorzieningen is afgewezen om andere redenen dan in de voorgaande vier klachten besproken, had de OK, gezien genoemd oordeel in rov. 3.12, nader dienen te motiveren waarom desondanks toch niet de verzochte onmiddellijke voorzieningen worden toegewezen.
eerste klachtstrandt op een gebrek aan feitelijke grondslag door een onjuiste lezing van de beschikking. De in de klacht bedoelde afwijzing door de OK is immers, naar haar uit rov. 3.15 blijkende oordeel, het onvermijdelijke gevolg van haar te onderscheiden en eerste oordeel [167] dat een belangenafweging in deze bijzondere omstandigheden leidt tot afwijzing van het enquêteverzoek van SBK c.s. Op dit laatste stranden reeds alle verzoeken van SBK c.s. tot het treffen van een of meer onmiddellijke voorzieningen. Zie ook onder 3.15 hiervoor. Aan eerstgenoemde afwijzing/oordeel legt de OK dus niet ten grondslag dat van de betreffende verzochte onmiddellijke voorzieningen [168] een signaal uitgaat dat Fortenova Groep onder invloed staat van gesanctioneerde certificaathouders en dit tot een continuïteitsdreiging leidt.
tweede klachtbehelst een voortbouwklacht en deelt daarom in het lot van “voormelde subklachten”, [169] die falen. Zie onder 3.20-3.55.2 hiervoor. Dit behoeft geen verdere toelichting.
derde klachtstrandt op een gebrek aan feitelijke grondslag door een onjuiste lezing van de beschikking. De in de klacht bedoelde afwijzing door de OK is immers, naar haar uit rov. 3.15 blijkende oordeel, het onvermijdelijke gevolg van haar te onderscheiden en eerste oordeel dat een belangenafweging in deze bijzondere omstandigheden leidt tot afwijzing van het enquêteverzoek van SBK c.s. Hieruit volgt dat de OK die afwijzing niet baseert op art. 2:349a lid 3 BW. Zie ook onder 3.10 en 3.55.1-3.55.2 hiervoor.
vierde klachtstrandt in het voetspoor van de derde klacht. Zie onder 3.55.4 hiervoor Dit behoeft geen verdere toelichting.
vijfde klachtstrandt in het voetspoor van de eerste, tweede, derde en vierde klacht. Zie onder 3.55.1-3.55.5 hiervoor. Dit behoeft evenmin verdere toelichting.
nietkan uitoefenen en dat in de derde vergadering van certificaathouders al besluiten kunnen worden genomen
zonderdat gesanctioneerde certificaathouders dit kunnen blokkeren/anderszins kunnen tegenstemmen. [174] Daaraan voegt het subonderdeel nog toe dat uit de stellingen van Fortenova c.s. en Open Pass zelfs blijkt dat (enkel) belangrijk is dat (het beeld ontstaat dat) SBK (alsmede VTB) geen
doorslaggevendestem heeft. En dat, gezien het voorgaande in het subonderdeel, van zo’n stem evident geen sprake is.
corporate governancein de eerste twee vergaderingen geen besluiten kunnen worden genomen zolang SBK haar 41,82% van de stemrechten niet kan uitoefenen (pas in de derde vergadering kan daadwerkelijk worden besloten), wat niets van doen heeft met “stemgedrag van SBK”, maar een gevolg is van het feit dat SBK op grond van de sancties en het hof-arrest haar stemrechten niet kan uitoefenen. Er is aldus geen sprake van enige invloed van SBK.
onder invloed staan” en/althans met “
eens en voor altijd” ook is bedoeld dat SBK geen gerechtelijke procedure tegen Fortenova c.s. zou mogen instellen of dat om die reden een of meer verzoeken dienen te worden afgewezen.” In dat geval is dat oordeel onjuist, want in strijd met “art. 6 EVRM Pro alsmede art. 47 Handvest Pro van de grondrechten van de Europese Unie”. Althans onjuist dan wel onbegrijpelijk, nu blijkens rov. 2.12-2.13 SBK is opgenomen in bijlage I van Verordening (EU) nr. 269/2014, welke verordening de grondrechten eerbiedigt en strookt met de beginselen die in met name dit handvest zijn erkend. Althans zonder nadere motivering (die ontbreekt) onbegrijpelijk, in essentie omdat niet valt in te zien dat “Fortenova c.s.” onder invloed staat van SBK indien enig verzoek van SBK c.s. in de onderhavige enquêteprocedure wordt toegewezen.
subonderdeel 2.2.
subonderdelen 2.3-2.4 en 2.6.
subonderdeel 2.5.
corporate governance), in het bijzonder jegens een certificaathouder wiens invloed juist wordt beperkt (bovendien onnodig en permanent) door het (mogelijk [178] ) niet naleven van die normen.
corporate governancepermanent is (dit terwijl een sanctionering naar de aard tijdelijk is); (ii) het oordeel in rov. 3.12 dat vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de mate waarin de zeggenschap of mandaten wijzigen en daarbij rekening is gehouden met de belangen van overige minderheidscertificaathouders; en/of (iii) de sub (i)-(xi) genoemde “essentiële stellingen van SBK en/of [eiser 2] ”. [179]
subonderdeel 3.1.
corporate governanceis aangepast op 12 januari 2023, geen misbruik hebben gemaakt van het feit (zie ook het hof-arrest) dat SBK c.s. tijdelijk haar stemrechten niet kan uitoefenen en daardoor niet langs die weg deze wijziging kon blokkeren.
subonderdeel 3.2.
corporate governancete kunnen blijven voortzetten. Als de OK dat heeft bedoeld, zo vervolgt de klacht, had zij in de belangenafweging ook moeten meewegen (wat is miskend of onbegrijpelijk niet is gebeurd) SBK’s belang om na opheffing van de sancties weer eenzelfde
corporate governancete hebben als vóór de wijziging hierin (“zie tevens onderdelen 3.1 en 3.2”).
eersteeen rechtsklacht. Deze komt erop neer dat de OK met het bestreden oordeel in rov. 3.12 miskent dat bevriezing van stemrechten op certificaten op grond van Verordening (EU) nr. 269/2014 enkel ziet op voorkoming van enige handeling [189] “
met als gevolg wijziging” van het tegoed, [190] meer precies enkel een wijziging “
waardoor het gebruik van bedoelde tegoeden, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk wordt gemaakt”. En dat steeds dient te worden geoordeeld of in de
omstandigheden van het betreffende gevalde sanctieregels al dan niet gelden, wat geenszins inhoudt dat het stemrecht
in geen enkele situatiekan worden uitgeoefend door een gesanctioneerde partij.
tweedeeen motiveringsklacht. Deze komt erop neer dat het bestreden oordeel in rov. 3.12 onbegrijpelijk is. En wel omdat:
(i) de OK niet heeft geoordeeld dat er sprake is van "
gebruik mogelijk maken" door SBK van haar certificaten als zij haar stemrechten uitoefent (en dus niet vaststaat of
in casuuitsluiting van stemrechten binnen het doel van voormelde verordening past);
corporate governanceis gewijzigd en rekening is gehouden met de belangen van minderheidscertificaathouders (waaruit volgt dat er van gebruik door SBK geen sprake kan zijn);
het uitdrukkelijk beoogde gevolg van de sancties is dat SBK en VTB niet hun stem konden uitbrengen";
corporate governancein stand zal blijven nadat de sancties zijn opgeheven en nergens uit blijkt dat dit de bedoeling is van de sancties (integendeel, nu sancties naar hun aard tijdelijk zijn);
in casujuist ziet op het doorvoeren van een wijziging in
corporate governancedie permanent is (ook na opheffing van de sancties, zie rov. 3.10);
derdeklacht citeer ik maar integraal:
Feit is evenwel...") alsnog niet of onvoldoende te zijn meegewogen op grond van hetgeen in dit randnummer is vermeld. De in rov. 3.15 vermelde belangenafweging kan dus tot een andere uitkomst leiden indien de Ondernemingskamer niet meeweegt dat het niet kunnen stemmen door SBK en VTB het uitdrukkelijk beoogde gevolg is van de sancties.”
eerste klacht.
corporate governancevan StAK te wijzigen heeft het hof evenmin toewijsbaar geacht. Ook het meer subsidiair gevorderde verbod om een certificaathoudersvergadering bijeen te roepen heeft het hof afgewezen.”
governancezijn genomen [op 12 januari 2023 (zie ook rov. 2.29 en 3.8), A-G] en dat de omstandigheid dat SBK en VTB daarbij niet hebben kunnen stemmen het uitdrukkelijk beoogde gevolg is van de sancties.”
governance- zijn aangenomen. Het voorgaande sluit ook aan op het processuele debat, mede ter zitting bij de OK (in de middag van 12 januari 2023). [197] Waaronder: [198]
guidancevan de Europese Commissie. [201] Waaruit blijkt dat in uitgangspunt: [202]
guidancein het verlengde ligt van wat de in Nederland bevoegde autoriteit ter zake heeft opgemerkt. [203] Te weten: [204]
.”
tweede klacht.
derde klacht.
know your customer-onderzoek is gestart. Zelfs als de OK niet met zekerheid heeft kunnen vaststellen of die transactie rechtsgeldig heeft plaatsgevonden, had zij in rov. 2.10 en 2.15 niet ongeclausuleerd kunnen oordelen dat SBK een dochteronderneming van Sberbank
is.
special purpose vehicle, met als doel het houden van de belangen van Sberbank in Fortenova Groep (rov. 2.10);
Sberbank behoudt feitelijk zeggenschap over SBK (…), ondanks de vermeende overdracht van zijn aandelen aan een zakenman in de Verenigde Arabische Emiraten. SBK (…) heeft derhalve banden met Sberbank,die op de lijst is opgenomen als een entiteit die de regering van de Russische Federatie financieel ondersteunt en als een entiteit die actief is in een economische sector die een aanzienlijke bron van inkomsten vormt voor de regering van de Russische Federatie” [onderstreping toegevoegd, A-G].