ECLI:NL:HR:2005:AS5010
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bevoegdheid Ondernemingskamer tot ambtshalve heropening onderzoek in enquêteprocedure
In deze zaak stond centraal het verzoek van UB Holding B.V. en Lijmar B.V. aan de Ondernemingskamer tot een nader onderzoek naar het beleid van Laurus N.V. over de periode vanaf 1 januari 2000, met name gericht op wanbeleid in verband met de integratie van supermarktformules (operatie Groenland) en de daaropvolgende periode waarin Laurus onderdeel werd van het Casino-concern.
De Ondernemingskamer had in eerste instantie een onderzoek bevolen en later vastgesteld dat er sprake was van wanbeleid in fase I (1 januari 2000 tot medio augustus 2001). Tevens werd een aanvullend onderzoek bevolen en kosten vastgesteld. Laurus en commissarissen stelden zich op het standpunt dat UB Holding en Lijmar niet-ontvankelijk waren voor zover het verzoek betrekking had op fase I, omdat het verzoekschrift geen uitgewerkte stellingen over die periode bevatte.
De Hoge Raad oordeelde dat hoewel het verzoekschrift weinig concrete stellingen bevatte over fase I, de verwijzingen naar het onderzoeksverslag en het petitum voldoende waren om ontvankelijkheid te rechtvaardigen. Tegelijk stelde de Hoge Raad dat de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid had moeten stellen het debat over ontvankelijkheid te voeren en dat het verzoekschrift onvoldoende duidelijk was voor fase I, zodat het ontvankelijkheidsverweer had moeten worden gehonoreerd.
Voorts bevestigde de Hoge Raad dat de Ondernemingskamer ambtshalve een aanvullend onderzoek kan gelasten in de tweede fase van de enquêteprocedure indien blijkt dat het onderzoek niet volledig is geweest. Dit is in lijn met het spoedeisende karakter en de praktische uitvoering van het enquêterecht. De Hoge Raad vernietigde de beschikking van 16 oktober 2003 en verwees de zaak terug naar de Ondernemingskamer voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de Ondernemingskamer en bevestigt dat deze ambtshalve een aanvullend onderzoek kan gelasten in de tweede fase van de enquêteprocedure.