Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het procesverloop
3.De beslissingen van de rechter-commissaris
BeoordelingHet verschoningsrecht van een advocaat is niet absoluut. Er kunnen zich zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen waarbij het belang dat de waarheid aan het licht komt, ook ten aanzien van datgene waarvan de wetenschap de advocaat als zodanig is toevertrouwd, moet prevaleren boven het belang dat het verschoningsrecht dient. Dit ruimere beslagregiem brengt mee dat, waar doorzoeking ter inbeslagneming bij een advocaat zonder diens toestemming al kan plaatsvinden als het gaat om brieven en geschriften die voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan hebben gediend, die toestemming in geval van zeer uitzonderlijke omstandigheden evenmin nodig is als de doorzoeking ter inbeslagneming een verdere strekking heeft en is gericht op brieven en geschriften die kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen.
Daarbij gaat het in dit geval om de volgende omstandigheden: Uit het proces-verbaal aanvraag doorzoekingen blijkt dat er een redelijk vermoeden van schuld is aan betrokkenheid bij de voorbereiding en uitlokking van zeer ernstige en gewelddadige strafbare feiten, aan betrokkenheid bij harddrugshandel op grote schaal, aan betrokkenheid bij witwassen en aan deelneming aan een criminele organisatie die gericht is op het plegen van deze strafbare feiten.
Voor wat betreft de aard en omvang van bij doordoorzoeking te verkrijgen gegevens, merkt de rechter-commissaris op dat de gegevens niet op andere wijze kunnen worden verkregen. Het gaat om communicatie van verdachte met [betrokkene 1] dan wel met anderen van het criminele samenwerkingsverband, en om communicatie van anderen van hetzelfde criminele samenwerkingsverband, in de vorm van notitieboekjes en andere bescheiden met aantekeningen, inhoud van telecommunicatiemiddelen, administratie en de inhoud van digitale gegevensdragers.
Verder is de rechter-commissaris van oordeel dat de verdenking ziet op feiten waardoor aan het vertrouwen in de maatschappelijke functie van de advocatuur grote schade wordt berokkend, zodat de advocatuur er ook mee gebaat is dat hier de waarheid boven tafel komt.
Tot slot is de rechter-commissaris met de officier van justitie ten aanzien van de in de vordering genoemde Ipad van verdachte van oordeel dat het opsporingsbelang vergt dat met spoed wordt kennisgenomen van de inhoud van die bestanden omdat dit geen uitstel kan lijden omdat anders leven, veiligheid of gezondheid van personen ernstig kan worden geschaad. Het is de Ipad waarmee verdachte berichten van anderen lijkt door te geven aan betrokkene [betrokkene 1] , die vermoedelijk zien op zeer gewelddadige strafbare feiten. Uit het proces-verbaal aanvraag doorzoekingen blijken aanwijzingen dat die gewelddadige strafbare feiten op korte termijn plaats kunnen vinden.
BeslissingDe rechter-commissaris verklaart in deze zaak het regime van de zeer uitzonderlijke omstandigheden van toepassing.
(…)
De verschoningsgerechtigde kan zich desgewenst op grond van artikel 98 juncto Pro artikel 552a WSv bij de raadkamer van de rechtbank schriftelijk beklagen over deze beslissing. Dit moet binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beschikking worden ingesteld. Eventueel beslag, met uitzondering van de inhoud van de Ipad, blijft in geval van een klaagschrift bevroren totdat definitief over het beslagregime is beslist. Het eventuele beslag blijft eveneens bevroren gedurende de veertien dagen dat een klaagschrift kan worden ingediend.”
BeoordelingDe rechter-commissaris is met de officier van justitie ten aanzien van de hiervoor genoemde notitieblokken van oordeel dat het opsporingsbelang vergt dat met spoed wordt kennisgenomen van de inhoud van die notities omdat dit geen uitstel kan lijden omdat anders leven, veiligheid of gezondheid van personen ernstig kan worden geschaad. Het zijn de notitieblokken waarmee verdachte en [betrokkene 1] met elkaar communiceerden, welke communicatie vermoedelijk ziet op zeer gewelddadige strafbare feiten. Uit het proces-verbaal aanvraag doorzoekingen blijken aanwijzingen dat die gewelddadige strafbare feiten op korte termijn plaats kunnen vinden.
BeslissingDe rechter-commissaris beslist dat het opsporingsbelang vergt dat met spoed kennis wordt genomen van de inhoud van de door de officier van justitie genoemde in beslaggenomen notitieblokken.”
4.De beschikking van de rechtbank
1. Feiten
- een vordering tot doorzoeking van het kantoorpand van klager;
- een vordering tot doorzoeking van de woning van klager; en
- een vordering om de cel en verblijfsruimten van medeverdachte [betrokkene 1] te doorzoeken.
- een aanvullende vordering met betrekking tot de doorzoeking van het kantoorpand van klager;
- een aanvullende vordering met betrekking tot de geheimhoudersstukken die buiten het kantoor van klager in beslag worden genomen.
3.3 Klager heeft in raadkamer zelf toegelicht dat hij codes en wachtwoorden van de in beslag genomen gegevensdragers wil verstrekken aan het Openbaar Ministerie zodat de in beslag genomen goederen zo snel mogelijk aan zijn waarneemster kunnen worden verstrekt.
4. Het standpunt van het Openbaar Ministerie4.1 De officier van justitie heeft zich, onder verwijzing naar de ernstige bezwaren, op het standpunt gesteld dat sprake is van een redelijk vermoeden van schuld. De inhoud van de informatie die gedeeld wordt door klager en [betrokkene 1] zijn ontluisterend. De conclusie kan niet anders zijn dan dat de criminele activiteiten van [betrokkene 1] vanuit de Extra Beveiligde Inrichting op deze manier, door het handelen van klager, kon en ook werden voortgezet. Er is daarom sprake van zeer uitzonderlijke omstandigheden. Immers wordt klager, zijnde advocaat, van een ernstig strafbaar feit verdacht. Hij maakt daarbij deel uit van een crimineel samenwerkingsverband met zijn cliënt [betrokkene 1] , terwijl klager misbruik maakt van zijn bijzondere positie als advocaat. Het klaagschrift dient ongegrond te worden verklaard.
4.2 Voorts heeft de officier van justitie in raadkamer toegelicht dat de rechter-commissaris een afweging maakt over het al dan niet verstrekken van de onderliggende vorderingen.
5. Toetsingskader5.1 Uit regelgeving en jurisprudentie kan het volgende juridische toetsingskader worden afgeleid. Ingevolge artikel 98 Sv Pro mogen bij personen met een bevoegdheid tot verschoning als bedoeld in artikel 218 Sv Pro zonder hun toestemming brieven of andere geschriften tot welke hun plicht tot geheimhouding zich uitstrekt, niet in beslag worden genomen. Het is eerst aan de verschoningsgerechtigde om zich bij de doorzoeking ter inbeslagneming uit te laten omtrent het verschoningsrecht met betrekking tot de in beslag te nemen stukken waarbij de zienswijze van de deken van de Orde van Advocaten kan worden gevraagd.
5.2 Op grond van artikel 98 lid 5 Sv Pro mogen, ook zonder toestemming van de verschoningsgerechtigde, brieven of andere geschriften in beslag worden genomen die voorwerp van het strafbare feit uitmaken (
corpora delicti) of tot het begaan daarvan hebben gediend (
instrumenta delicti). Zulke brieven en geschriften vallen immers niet onder de geheimhoudingsplicht, en daarmee evenmin onder het verschoningsrecht.
5.3 De aard van bevoegdheid tot verschoning brengt mee dat het oordeel omtrent de vraag of brieven of andere geschriften onder het verschoningsrecht vallen (en daarmee ook of deze stukken
corpora/instrumenta delictibetreffen) in beginsel toekomt aan de tot verschoning gerechtigde persoon. Wanneer deze zich op het standpunt stelt dat het gaat om brieven of geschriften die noch voorwerp van het strafbare feit uitmaken noch tot het begaan daarvan hebben gediend en waarvan kennisneming zou leiden tot schending van het beroepsgeheim, dient dit standpunt door de organen van politie en justitie te worden geëerbiedigd, tenzij redelijkerwijze geen twijfel erover kan bestaan dat dit standpunt onjuist is. Voor een beroep op het verschoningsrecht is niet van belang of de in het geding zijnde informatie zich bij de verschoningsgerechtigde zelf of bij diens cliënt bevindt (vgl. HR 2 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ9262, NJ 2010/144).
5.4 Het oordeel dat redelijkerwijze geen twijfel kan bestaan dat het in dit verband door de verschoningsgerechtigde ingenomen standpunt onjuist is, komt in eerste instantie toe aan de rechter-commissaris, bij voorkeur in gezamenlijk overleg met de deken van de Orde van Advocaten. Voor zover dat noodzakelijk is mag daartoe door de rechter-commissaris van de desbetreffende stukken worden kennisgenomen.
5.5 Wat als
corpora/instrumenta delictikunnen worden aangemerkt is een vraag die zich niet in het algemeen laat beantwoorden. Zij “is in het bijzonder afhankelijk van de aard van het inbeslaggenomen stuk en de aard van het delict dat zou zijn begaan door de (rechts)persoon tegen wie de verdenking is gericht, alsmede de feitelijke gedragingen die hem in dat verband worden verweten” (HR 5 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:8). De enkele omstandigheid dat dat het inbeslaggenomen stuk kan bijdragen aan de waarheidsvinding is in elk geval onvoldoende.
5.6 Onder zeer uitzonderlijke omstandigheden kan, ongeacht een gerechtvaardigd beroep op het verschoningsrecht, het belang van de waarheidsvinding meebrengen dat het verbod van artikel 98, eerste lid Sv, wordt geschonden (HR 14 oktober 1986, NJ 1987/490 en HR 30 november 1999, NJ 2002/438). Het is dan in eerste instantie aan de rechter-commissaris om te oordelen of dergelijke brieven of andere geschriften in zodanig verband staan met de desbetreffende feiten dat zij kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen. De inbreuk op het verschoningsrecht mag niet verder gaan dan strikt noodzakelijk is voor het aan het licht brengen van de waarheid van dat feit. Factoren die een rol kunnen spelen bij de beoordeling hiervan zijn de vraag of het gaat om een verdenking jegens de verschoningsgerechtigde, de aard en zwaarte van de verdenking, de aard en omvang van de gegevens en de vraag in hoeverre de relevante gegevens op andere wijze kunnen worden verkregen.
6. De beoordeling6.1 De rechtbank dient te beoordelen of de rechter-commissaris terecht en op deugdelijke gronden tot het oordeel is gekomen dat ten aanzien van de in beslag genomen goederen het beslagregime “zeer uitzonderlijke omstandigheden” van toepassing is. De rechtbank acht zich ook zonder de onderliggende vorderingen en de aanvraag doorzoeking voldoende voorgelicht om tot deze beoordeling te kunnen komen.
6.2 De rechtbank houdt rekening met de omstandigheden van het geval, waaronder de aard en zwaarte van de verdenking, de aard en omvang van de gegevens en de vraag in hoeverre de relevante gegevens op andere wijze kunnen worden verkregen.
6.3 De verdenking van klager ziet op de betrokkenheid bij de voorbereiding en uitlokking van zeer ernstige en gewelddadige strafbare feiten, op betrokkenheid bij harddrugshandel op grote schaal, op betrokkenheid bij witwassen en op deelneming aan een criminele organisatie die gericht is op het plegen van strafbare feiten. De verdenking richt zich op het als advocaat doorgeven van berichten van [betrokkene 1] aan de buitenwereld. De inhoud van de berichten ziet mogelijk op het voortzetten van criminele handelingen en een mogelijk acute dreiging dat zwaar geweld toegepast gaat worden met levensgevaar voor anderen. Deze verdenking ziet op feiten waardoor aan het vertrouwen in de maatschappelijke functie van de advocatuur grote schade wordt berokkend.
6.4 De rechtbank stelt verder vast dat deze gegevens niet op andere wijze kunnen worden verkregen en is van oordeel dat deze kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen.
6.5 De rechter-commissaris is in voornoemde procedure aldus op deugdelijke gronden tot het oordeel gekomen dat ten aanzien van de in beslag genomen goederen “zeer uitzonderlijke omstandigheden” van toepassing zijn. Uit de bewoordingen blijkt eveneens dat rekenschap is gegeven aan de omstandigheden van het geval. De rechtbank sluit zich ook aan bij de motivering van de rechter-commissaris.
6.6 De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat er zeer uitzonderlijke omstandigheden zijn die het verschoningsrecht doorbreken. Het beklag van klager is dan ook ongegrond.
6.7 De in beslag genomen goederen zijn vatbaar voor inbeslagneming en de officier van justitie wordt gemachtigd de stukken te voegen in het procesdossier en daarvan gebruik te maken ten behoeve van het strafrechtelijk onderzoek 26Mandel .
7. De beslissing7.1 De rechtbank komt tot de volgende beslissing.
7.2 De rechtbank verklaart het beklag van klager ongegrond.”
5.Het eerste middel
2. De in beslag genomen goederen van klager waarop de doorzoeking van 10 oktober [
AG TS: bedoeld zal zijn ‘8 oktober’] jl. gericht was, zouden onder meer goederen zijn welke hij in zijn hoedanigheid van advocaat onder zich heeft dan wel welke zich informatie op bevindt uit hoofde van zijn hoedanigheid van advocaat.
(…)
Zeer uitzonderlijke omstandigheden5. De vraag welke omstandigheden in de onderhavige kwestie als zeer uitzonderlijk moeten worden aangemerkt, laat zich niet in algemene termen beantwoorden. Het gaat daarbij wel steeds om de afweging van het belang van het verschoningsrecht tegen het belang dat de waarheid aan het licht komt.
7. Klager wordt ervan verdacht in het kader van de uitoefening van zijn beroep een ernstige strafbare feit te hebben begaan. De verdenking bestaat hierin dat een redelijk vermoeden van schuld is van klager aan de strafbare feiten van 140, 46 jo 47,157, 282a, 285 en 317 Sr alsook a en 10a Opiumwet.
8. Het feit dat een advocaat als verdachte wordt aangemerkt, is op zichzelf genomen niet toereikend om diens verschoningsrecht te doorbreken [1] .
9. Er ontbreken bovendien stukken waaruit dit redelijke vermoeden zou kunnen rijzen. Er wordt verwezen naar een vordering tot doorzoeking en een tweetal aanvullende proces-verbaal aanvraag doorzoeking. Alleen [
AG TS: bedoeld zal zijn ‘alle’] zijn niet overgelegd.
10. Het enkele feit dat deze mogelijkheid dat klager zich aan deze verweten strafbare gedragingen schuldig zou hebben gemaakt denkbaar is, rechtvaardigt echter bij het ontbreken van voldoende concrete aanwijzingen niet dat het verschoningsrecht wordt doorbroken ten behoeve van de waarheidsvinding [2] .
11. Het is verder ook niet zo dat klager alleen [betrokkene 1] als cliënt heeft en/of dat informatie op de in beslag genomen goederen en/of devices uitsluitend op [betrokkene 1] zou zien.
12. Verder wordt niet gesteld noch is daar enige aanwijzing voor te vinden dat zich relevante informatie zou kunnen bevinden op de in beslag genomen goederen op basis waarvan klager geen verschoningsrecht zou kunnen toekomen.
13. Gelet op het vorenstaande kan niet worden gezegd dat ten aanzien van de inbeslaggenomen devices – laptops, mobiele telefoons, gegevensdragers etc.- aan klager geen verschoningsrecht toekomt.
14. Van zeer uitzonderlijke omstandigheden die nopen tot het doorbreken van de geheimhoudingsplicht is aldus geen sprake.
15. Gelet op het vorenstaande is er dan ook geen sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden waardoor het maatschappelijk belang van waarheidsvinding, waaronder het belang tot opheldering over de rol van anderen, dient te prevaleren boven het maatschappelijk belang van respecteren van de geheimhoudingsplicht van klager. (…)”
De raadsman voert het woord:De verdediging beschikt niet over de onderliggende vorderingen. De vraag is daarom in hoeverre Uw raadkamer zich over de rechtmatigheid van het beslag en over het voortduren daarvan kan uitlaten. Ik stel mij primair op het standpunt dat het klaagschrift gegrond moet worden verklaard. Mijn cliënt wil meewerken zodra de deken van de Orde van Advocaten (hierna: de deken) betrokken is. Vandaar dat mr. Bouchikhi een modus heeft voorgesteld om informeel met het Openbaar Ministerie te overleggen. De verdediging stelt zich niet op het standpunt dat alles onder de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht valt. De verdediging stelt zich echter wel op het standpunt dat er een modus moet worden gevonden, waardoor zaken die niets met onderhavige zaak te maken hebben, op geen enkele wijze worden ingezien. Daar is praktisch nog niks mee gedaan, omdat de waarneemster van mijn cliënt niet alles van het Openbaar Ministerie ontvangt.
De voorzitter merkt op dat zij tijdens de voorafgaande raadkamer gevangenhouding aan de officier van justitie heeft gevraagd welke procedure op dit moment geldt ten aanzien van het beslag. De officier van justitie gaf toen aan dat er een modus is gevonden, waarbij de deken, de rechter-commissaris en de waarneemster van klager zijn betrokken. De voorzitter vraagt of dat niet voldoende waarborgen zijn.
(…)
De officier van justitie voert het woord:Het enige wat ik daar op kan zeggen, is dat er contact tussen de deken en de waarneemster is. De rechter-commissaris moet afwegen welke stukken op welk moment kunnen worden verstrekt. Zij moeten dat met elkaar werkbaar maken. Ik wil hen straks nog wel een e-mail sturen dat zij moeten functioneren. Voor het overige is de verstrekking van stukken aan procedures gebonden. We zijn maar een paar dagen verder.
De raadsman voert het woord:
De voorzitter merkt op dat de verdediging ook al eerder heeft verzocht om onderliggende stukken behorende bij de beslissing van de rechter-commissaris, waaronder de aanvraag tot doorzoeking. De voorzitter vraagt of het Openbaar Ministerie die stukken zal verstrekken en aan het dossier zal toevoegen
De officier van justitie voert het woord:Ik zal dat opvragen. Het is de rechter-commissaris die een afweging heeft gemaakt. Ik weet niet precies waar de onderliggende stukken zich op dit moment bevinden. De aanvraag doorzoeking en andere bob-stukken zullen zeker op enig moment aan het dossier worden toegevoegd.”
Als reactie hierop verwijst het OM allereerst naar de uiteengezette ernstige bezwaren. Daaruit blijkt klip en klaar de verdenking. De inhoud van de informatie die gedeeld wordt door beide verdachten [klager en betrokkene 1] zijn ontluisterend. De inhoud van de berichten zijn glashelder en niet voor enig discussie vatbaar nu de verdachten deze zelf geschreven hebben. De conclusie kan dan niet anders zijn dan dat de criminele activiteiten van [betrokkene 1] vanuit de EBI op deze manier, door het handelen van [klager] konden en ook
werdenvoortgezet. Dat is zeer kwalijk. Verdachte [klager] heeft op een schandelijke manier misbruik gemaakt van zijn functie als advocaat dat is nu wel duidelijk. Daarmee is vastgesteld dat [klager] met zijn cliënt [betrokkene 1] communiceert over zaken die niets met advocaat/cliënt contact te maken hebben en dus niet onder het verschoningsrecht vallen. De ipad en de notitieblokken die tijdens het gesprek op 8 oktober in de advocatenkamer in beslag zijn genomen daarvan is duidelijk dat het hierbij gaat om geschriften welke het voorwerp van het strafbaar feit uitmaken of tot het begaan daarvan hebben gediend.
Dat er hier sprake is van die uitzonderlijke omstandigheden waar de Hoge Raad het over heeft is dan ook wel helder voor het OM.
De Hoge Raad stelt dat het antwoord op de vraag welke omstandigheden als zeer uitzonderlijk moeten worden aangemerkt, niet in een algemene regel kan worden samengevat. Bij de beoordeling van de vraag of er in casu sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden, ligt de nadruk op het feit dat de advocaat wordt verdacht van een
ernstig strafbaar feit(grootschalige fraude), daarbij een
crimineel samenwerkingsverband met cliëntenvormt, terwijl de advocaat bij dit alles
misbruik maakt van zijn bijzondere positie als advocaat. Aan alle drie van de onderstreepte vereisten van de Hoge Raad is voldaan. Daarmee is gerechtvaardigd dat de waarheidsvinding boven het verschoningsrecht gaat zoals in dit geval.
Zoals gezegd waren de foto's op de in beslag genomen ipad in de advocatenkamer reeds door de rechter commissaris vrijgegeven op 7 oktober.
Wat betreft de overige in beslag genomen devices ligt dit ter beoordeling bij de rechter commissaris of het geheimhoudersinformatie betreft. Daar wordt onderzoek naar gedaan dat, zoals gezegd veel tijd in beslag neemt en extra tijd kost aangezien dit zeer zorgvuldig gebeurt juist met het oog op de bescherming van eventuele andere cliënten die [klager] heeft en waarover geheimhoudersinformatie wordt aangetroffen.
Het feit dat de verdediging suggereert dat deze devices verschoningsrecht toekomt wijst het OM bij deze grondig af vanwege de stevige verdenking die er ligt tegen de verdachte [klager] .
Het OM verzoekt de Rechtbank dan ook het klaagschrift ongegrond te verklaren.”
Wel is van immens belang dat wij noch Uw Raadkamer beschikken over de onderliggende stukken op grond waarvan de Rechter Commissaris tot zijn of haar beslissing is gekomen, waar u vandaag over gaat.Helaas heeft het OM daar, voor zover ik kan overzien, niets gezegd en die noodzakelijke stukken niet vertrekt, zelfs niet na het bericht van uw griffier om de verdediging ontbrekende stukken toe te zenden.
Zonder die stukken zou Uw Raadkamer de beslaglegging als onrechtmatig moeten beschouwen en het beslag derhalve moeten opheffen.
Subsidiair kan het OM nog voor de raadkamer de stukken toezenden, waarna wij een nader standpunt kunnen innemen.”
6.Beoordeling van het eerste middel
voortdurenvan het beslag. Met de formaliteiten waaraan de beslaglegging moet voldoen, heeft dat niet van doen. [5]
AG TS: bedoeld zal zijn ‘alle’] zijn niet overgelegd.”
Wel is van immens belang dat wij noch Uw Raadkamer beschikken over de onderliggende stukken op grond waarvan de Rechter Commissaris tot zijn of haar beslissing is gekomen, waar u vandaag over gaat.Helaas heeft het OM daar, voor zover ik kan overzien, niets gezegd en die noodzakelijke stukken niet vertrekt, zelfs niet na het bericht van uw griffier om de verdediging ontbrekende stukken toe te zenden.
Zonder die stukken zou Uw Raadkamer de beslaglegging als onrechtmatig moeten beschouwen en het beslag derhalve moeten opheffen.
Subsidiair kan het OM nog voor de raadkamer de stukken toezenden, waarna wij een nader standpunt kunnen innemen.”
7.Het tweede middel
8.Juridisch kader
corporaen
instrumenta delicti, wel in beslag mogen worden genomen. De ratio hiervan is dat dergelijke stukken geen object van verschoning zijn en het verschoningsrecht daarop niet van toepassing kan zijn.
corpora of instrumenta delicti(art. 98 lid 5 Sv Pro) in beslag worden genomen. Wel is het zo dat dat de inbreuk op het verschoningsrecht niet verder mag gaan dan strikt nodig is voor het aan het licht brengen van de waarheid van het desbetreffende feit, waarbij zorg moet worden betracht om te voorkomen dat de belangen van andere cliënten van de advocaat dan de cliënten die betrokken zijn bij de strafbare feiten waarvan de advocaat wordt verdacht, onevenredig zouden worden getroffen. [11] Voor de uitzondering gelden bovendien zware motiveringseisen. [12]
9.Beoordeling van het tweede middel
corpora of instrumenti delicti, in beslag mogen worden genomen ten behoeve van de waarheidsvinding. In dit ‘zeer uitzonderlijke omstandigheden’-regime verliest de geheimhouder, volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad, het primaat om zich als eerste over het verschoningsrecht ten aanzien van in beslag te nemen de stukken uit te laten en hoeft in zoverre het verschoningsrecht niet te worden geëerbiedigd. Tegelijkertijd betekent dit dat de rechter-commissaris nog wel zal moeten beoordelen in hoeverre de stukken en gegevens kunnen bijdragen aan de waarheidsvinding van de feiten waarop de verdenking ziet. De Hoge Raad heeft immers bepaald dat dat de inbreuk op het verschoningsrecht niet verder mag gaan dan strikt nodig is voor het aan het licht brengen van de waarheid van het desbetreffende feit. [19]
instrumentaen/of
corpora delicti, zonder dat de geheimhouder bij de selectie van de stukken die wel of niet onder het verschoningsrecht vallen betrokken wordt. Dat laat echter onverlet dat de rechter-commissaris over de kennisneming door het openbaar ministerie bij bezwaar van de verschoningsgerechtigde wel nog concreet zal moeten beslissen. Een degelijke beslissing bevindt zich niet tussen de gedingstukken zodat het ervoor moet worden gehouden dat deze nog niet is genomen. Uit het proces-verbaal van de behandeling van het klaagschrift en het schriftelijk standpunt van het openbaar ministerie valt af te leiden dat een onderzoek naar de diverse stukken en gegevensdragers onder leiding van de rechter-commissaris nog moest plaatsvinden, althans in elk geval nog niet was afgerond. Dit had voor de rechtbank aanleiding moeten zijn om de behandeling van het klaagschrift, wat betreft de naast de iPad en notitieblokken inbeslaggenomen stukken en gegevens, aan te houden en deze in handen van de rechter-commissaris had moeten stellen teneinde te beslissen over het beroep op het verschoningsrecht. De rechtbank had dus niet tot het oordeel mogen komen dat “de in beslag genomen goederen” (lees: alle goederen) vatbaar zijn voor inbeslagneming en de officier van justitie wordt gemachtigd “de stukken” (lees: alle stukken) te voegen in het procesdossier en daarvan gebruik te maken ten behoeve van het strafrechtelijke onderzoek.