ECLI:NL:RBUTR:2010:BN8673
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inbeslagneming van notariële stukken wegens verschoningsrecht
Klagers, twee notarissen, dienden klaagschriften in tegen de inbeslagneming van stukken en digitale gegevens door de rechter-commissaris in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar valsheid in geschrifte en onjuiste belastingaangifte. De stukken betroffen onder meer een USB-stick, printen en een verzegelde e-mail. De rechtbank heeft de stukken en het verschoningsrecht van klagers onderzocht.
De rechtbank overwoog dat het verschoningsrecht van notarissen krachtig is en slechts kan worden doorbroken bij zeer uitzonderlijke omstandigheden, zoals een verdenking van een zeer ernstig misdrijf en een op feiten gebaseerd redelijk vermoeden van schuld. Hoewel klagers werden verdacht van valsheid in geschrifte en het doen van onjuiste aangifte, ontbraken voldoende concrete aanwijzingen voor opzet. De enkele verdenking was onvoldoende om het verschoningsrecht te doorbreken.
De rechtbank verwierp het argument dat de afwezigheid van klager 1 tijdens de doorzoeking de inbeslagneming onrechtmatig maakte, omdat klager 2 en de plaatsvervangend voorzitter van de Ring van Notarissen het verschoningsrecht hadden bevestigd en klager 1 achteraf alsnog kon toetsen. De rechter-commissaris had geen twijfel geuit over het verschoningsrecht, maar dit recht kon niet worden doorbroken vanwege het ontbreken van zeer uitzonderlijke omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beklag gegrond en gelastte de teruggave van de in beslag genomen stukken en de verzegelde e-mail aan klagers. Hiermee werd het belang van het verschoningsrecht van notarissen gerespecteerd boven het belang van waarheidsvinding in deze zaak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beklag gegrond en gelast de teruggave van de in beslag genomen stukken wegens schending van het verschoningsrecht.