ECLI:NL:HR:2002:AD5297
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A.J.A. van Dorst
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over doorzoeking bij advocaat en verschoningsrecht bij verdenking beïnvloeding getuigen
In deze zaak stond de doorzoeking en inbeslagneming op het kantoor van een advocaat centraal, die verdacht werd van medeplegen van beïnvloeding van getuigen in een strafzaak tegen zijn cliënt. De advocaat had bezwaar gemaakt tegen de inbeslagneming van brieven en andere bescheiden op grond van het verschoningsrecht.
De Rechtbank had het klaagschrift deels gegrond verklaard, maar de Hoge Raad oordeelde dat de Rechtbank bij de beslissing onvoldoende rekening had gehouden met het feit dat de advocaat en zijn raadsman niet konden beschikken over alle processtukken, wat in strijd was met het beginsel van een behoorlijke procesorde. De Hoge Raad benadrukte dat kennisneming van stukken niet zonder meer mag worden onthouden tenzij het belang van het onderzoek ernstig wordt geschaad.
Daarnaast bevestigde de Hoge Raad dat het verschoningsrecht van advocaten niet absoluut is en dat bij verdenking van ernstige strafbare feiten, zoals medeplegen van beïnvloeding van getuigen, doorzoeking zonder toestemming van de advocaat kan plaatsvinden. Het oordeel of bepaalde stukken onder het verschoningsrecht vallen, komt in eerste instantie toe aan de rechter-commissaris, bij voorkeur in overleg met de deken van de Orde van Advocaten.
De Hoge Raad vernietigde de bestreden beschikking en verwees de zaak terug naar de Rechtbank te Roermond voor hernieuwde behandeling, waarbij de advocaat en zijn raadsman in de gelegenheid moeten worden gesteld zich uit te laten naar aanleiding van de volledige processtukken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling met inachtneming van het recht op kennisneming van processtukken.