Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Verwachtingswaarde
eerste alinea van subonderdeel 1.1bevat een innerlijk tegenstrijdige klacht. De steller van het middel begint met te zeggen dat de rechtbank haar beslissing
onder meerheeft gegrond op het ontbreken van het referentietransacties die een aanknopingspunt bieden. Vervolgens presenteert hij ons de klacht dat de beslissing van de rechtbank onbegrijpelijk is omdat het ontbreken van referentietransacties
als zodanigniet bepalend is. Dat kan uiteraard niet opgaan. Als het hof een omstandigheid ‘onder meer’ bepalend heeft geacht, heeft het die omstandigheid niet ‘als zodanig’ bepalend geacht. Anders gezegd: de klacht mist feitelijke grondslag.
tweede alinea van subonderdeel 1.1knoopt aan bij de voorgenomen verkoop van het bedrijf van [de onteigende] aan de Provincie en de gemeente. Volgens de klacht had de rechtbank deze voorgenomen verkoop als referentietransactie in aanmerking moeten nemen, te meer omdat geen andere referentietransacties voorhanden zijn.
een factorheeft meegenomen (zie de op één na laatste volzin van rechtsoverweging 3.22).
Woningstichting Maasdrielvan het Hof van Justitie uit 2013 [19] , waarin is geoordeeld dat bij de beoordeling of sprake is van een bouwterrein moet worden gelet op alle omstandigheden op het moment van levering, inclusief de (objectief onderbouwde) intentie van partijen, waaruit kan blijken dat op die datum het betrokken bouwterrein daadwerkelijk bestemd is om te worden bebouwd. Dat betekent dat de levering van onbebouwde terreinen waarvan ten tijde van levering op grond van een globale beoordeling van de situatie – waaronder de intentie van partijen indien deze door objectieve gegevens wordt ondersteund – vaststaat dat deze bestemd zijn voor bebouwing, steeds moet worden belast met btw. De belastingkamer van Uw Raad had aan het Hof van Justitie de vraag voorgelegd of de levering van een onbebouwd terrein reeds kwalificeert als bouwterrein wanneer dit terrein is ontstaan door de sloop van daarop staande bebouwing, als deze sloop is verricht met het oog op nieuwbouw. [20] Het Hof van Justitie ging in het arrest echter in ruimere zin in op de betekenis van het begrip ‘bouwterrein’. [21]
BNB2007/308, en HvJ EU 21 februari 2013, C-104/12, ECLI:EU:C:2013:99).
subonderdeel 2.1heeft de rechtbank in weerwil van vaste rechtspraak van uw Raad [26] miskend dat omzetbelasting (btw) over de door een ondernemer gemaakte kosten van juridische en deskundige bijstand in een onteigeningsprocedure op de voet van art. 50 Ow Pro voor vergoeding in aanmerking komt, omdat de diensten van deskundigen rechtstreeks samenhangen met de vrijgestelde levering van het onteigende en daarom niet aftrekbaar zijn. Door te overwegen dat [de onteigende] de btw heeft verrekend of dat alsnog kan doen, is de beslissing van de rechtbank onjuist, dan wel onbegrijpelijk. In het verlengde hiervan betoogt
subonderdeel 2.2dat voor zover de rechtbank van oordeel is dat sprake was een met btw belaste levering van het onteigende en daarom de btw over de kosten voor juridische en deskundige bijstand wel kunnen worden afgetrokken, dat oordeel onjuist is. Volgens [de onteigende] volgt uit de in subonderdeel 2.1 bedoelde rechtspraak dat de levering van het onteigende te allen tijde onbelast is. Voor zover dat standpunt niet opgaat, heeft de rechtbank miskend dat slechts sprake is van een niet-vrijgestelde levering als zich een van de uitzonderingsgevallen zoals bedoeld in art. 11 lid Pro 1, onder a sub 1° Wet OB voordoet. De beslissing is in elk geval onbegrijpelijk, omdat de rechtbank niet heeft gemotiveerd dat een van de uitzonderingsgevallen zich voordoet.
subonderdeel 2.4terecht dat als de rechtbank van oordeel is dat sprake is van een belaste levering, die beslissing in ieder geval innerlijk tegenstrijdig is, omdat de rechtbank dan ten onrechte geen btw heeft berekend over de door de Provincie aan [de onteigende] te vergoeden schadeloosstelling (klaarblijkelijk: overigens, in ieder geval afgezien van het gedeelte van de schadeloosstelling dat ziet op kosten).