Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
zetelende te ’s-Gravenhage,
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
De Staat heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.
De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
3.Uitgangspunten in cassatie
De rechtbank heeft voorts de Staat veroordeeld in de kosten van het geding, tot aan de uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 23.977,17 ter zake van kosten van juridische bijstand en € 11.666,82 ter zake van overige deskundige bijstand.
4.Beoordeling van de middelen in het principale beroep
5.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
6.Beslissing
1 april 2016.