ECLI:NL:HR:2016:2446

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 oktober 2016
Publicatiedatum
28 oktober 2016
Zaaknummer
15/01977
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in onteigeningsschadezaak over vergoeding vervangend beleggingsobject

De Provincie Noord-Holland stelde cassatieberoep in tegen vonnissen van de rechtbank Noord-Holland inzake schadeloosstelling bij onteigening. De zaak betrof onder meer de vraag of de vergoeding van kosten voor de aanschaf van een vervangend beleggingsobject en de btw over kosten van rechtsbijstand toekwam.

Chipshol IV B.V. en een tweede verweerder voerden (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep aan. De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen van de rechtbank en concludeerde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. De klachten waren onvoldoende om rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling te beantwoorden.

Het arrest bevestigt de eerdere uitspraken van de rechtbank en veroordeelt beide partijen in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer onder voorzitterschap van vice-president Bakels en raadsheren Heisterkamp, Polak, du Perron en Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer de Groot.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de eerdere uitspraken over schadeloosstelling bij onteigening.

Uitspraak

28 oktober 2016
Eerste Kamer
15/01977
EE/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
De publiekrechtelijke rechtspersoon PROVINCIE NOORD-HOLLAND,
zetelende te Haarlem,
EISERES tot cassatie, verweerster in het (voorwaardelijke) incidentele cassatieberoep,
advocaat: aanvankelijk mr. M.W. Scheltema en mr. R.T. Wiegerink,
thans mr. M.W. Scheltema,
t e g e n
1. CHIPSHOL IV B.V.,
gevestigd te Schiphol-Rijk,
2. [verweerder 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het (voorwaardelijke) incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. J.F. de Groot.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Provincie en Chipshol en [verweerder 2] .

1.Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaken C/15/197667/HA ZA 12-510 en C/15/197670/HA ZA 12-511 van de rechtbank Noord-Holland van 20 maart 2013, 18 december 2013 en 18 februari 2015.
De vonnissen van de rechtbank zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de rechtbank van 18 februari 2015 heeft de Provincie beroep in cassatie ingesteld. Chipshol en [verweerder 2] hebben (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de waarnemend Advocaat-Generaal J.C. van Oven strekt in het principale cassatieberoep tot vernietiging en verwijzing wegens gegrondheid van onderdeel 1.1.4 en in het onvoorwaardelijke en in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep tot verwerping.
De advocaten van partijen hebben bij brieven van 16 september 2016 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen in het principale en in het (voorwaardelijke) incidentele beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
in het principale beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Provincie in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Chipshol en [verweerder 2] begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Provincie deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;
in het incidentele beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Chipshol en [verweerder 2] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Provincie begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
28 oktober 2016.