ECLI:NL:HR:1994:AA2977
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- C.H.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over overdrachtsbelasting bij levering grond met cultuurtechnische werkzaamheden
Belanghebbende en zijn drie broers, aandeelhouders en directeuren van een bloembollenbedrijf, kochten in 1987 agrarische grond die cultuurtechnisch bewerkt zou worden om geschikt te zijn voor bloembollenteelt. De verkoper bracht omzetbelasting in rekening over de koopsom en aannemingssom. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen overdrachtsbelasting op omdat hij oordeelde dat de grond ten tijde van levering geen vervaardigd goed was volgens de Wet op de omzetbelasting 1968.
Het hof bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de cultuurtechnische werkzaamheden niet hadden geleid tot bouwrijpe grond, zodat de vrijstelling van overdrachtsbelasting niet van toepassing was. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof niet had onderzocht of de grond ten tijde van levering al als vervaardigd goed kon worden aangemerkt en dat belanghebbende zich op de vrijstelling mocht beroepen als dat het geval was.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens werd belanghebbende in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over proceskosten. Het arrest werd gewezen door de vice-president en vier raadsheren op 7 december 1994.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor nader onderzoek over de vervaardiging van de grond ten tijde van levering.