Conclusie
Nummer21/00587
De procedure
“diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking”en (onder 3)
“opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod”, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van drie jaren en een taakstraf voor de duur van 180 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen voor negentig dagen hechtenis, een en ander onder aftrek als bedoeld in artikel 27 Sr Pro.
Het eerste cassatiemiddel
Het tweede cassatiemiddel
als plegertelen van ongeveer 580 hennepplanten (feit 3), de daadwerkelijke diefstal van elektriciteit in de twee bewezen verklaarde periodes, alsmede de bewezen verklaarde verbreking
door de verdachte(feit 2 en 4).
.Integendeel, hij heeft
ontkenddaarvoor zelf verantwoordelijk te zijn geweest en hij heeft verklaard dat anderen, derden, de hennepplantage in het benedengedeelte zijn gestart.
. [11]