Conclusie
middelbehelst de klacht dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.
II.
III.
RUIMTE 1:
RUIMTE 2:
IV.
V.
VI.
ook[mijn cursivering] hennep vanaf elders werd aangevoerd om in deze ruimte te drogen”. Bovendien volgt uit hetzelfde proces-verbaal dat “ruimte 1” in de woning was ingericht als hennepkwekerij en “ruimte 2” als hennepdrogerij. De raadsman heeft in hoger beroep betoogd dat de hennepkwekerij niet in werking is geweest, maar dit heeft hij aangevoerd in het kader van de ontnemingsprocedure. [1] In de strafzaak heeft de raadsman – zo blijkt uit zijn pleitnota – gesteld dat “aangenomen kan worden dat sprake is van een gebruikte kwekerij, omdat de politie stofresten en andere gebruiksresten heeft aangetroffen”. De bewezenverklaringen onder 1 en 2 zijn aldus naar de eis van de wet voldoende met redenen omkleed.