Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
16 september 2014.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor het telen van 399 hennepplanten en het stelen van elektrische energie in Montfoort. Het hof baseerde de bewezenverklaring op een bekennende verklaring en een opgave van bewijsmiddelen conform art. 359, derde lid, Sv.
De raadsman van de verdachte had tijdens de terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit. De Hoge Raad oordeelt dat in een dergelijk geval art. 359, derde lid, tweede volzin, Sv niet van toepassing is en dat het hof niet volstaan kan met een beperkte opgave van bewijsmiddelen. Hierdoor is de motivering van de bewezenverklaring ontoereikend.
De Hoge Raad verklaart het middel gegrond, vernietigt het arrest en wijst de zaak terug aan het hof voor een volledige hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep. Het tweede middel behoeft geen bespreking.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.