ECLI:NL:PHR:2020:989
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen schenking bij aangaan beperkte gemeenschap van goederen in huwelijkse voorwaarden
Belanghebbende en haar echtgenoot sloten huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen, behalve voor een specifieke bank- en effectenrekening die een beperkte gemeenschap vormde. De echtgenoot stortte €10 miljoen op deze rekening bij het aangaan van het huwelijk. Na zijn overlijden legde de Inspecteur een navorderingsaanslag op wegens vermeende schenking van €5 miljoen aan belanghebbende.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat geen schenking had plaatsgevonden omdat de beperkte gemeenschap een fluctueren saldo kende en geen voltooide vermogensverschuiving was. De Hoge Raad bevestigt deze lijn, verwijzend naar eerdere arresten uit 1959 en 1971, waarin werd geoordeeld dat overgang naar een algehele gemeenschap van goederen geen schenking inhoudt.
De conclusie is dat het aangaan van een beperkte gemeenschap van goederen, net als een algehele gemeenschap, niet leidt tot een schenking voor de Successiewet, omdat het karakter van het huwelijk en de onvoltooide aard van de vermogensverschuiving dit uitsluiten. De navorderingsaanslag wordt vernietigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het aangaan van een beperkte gemeenschap van goederen geen schenking oplevert en vernietigt de navorderingsaanslag.