De Inspecteur legde een navorderingsaanslag schenking op wegens een vermeende voltooide vermogensverschuiving van €5.000.000 bij het aangaan van het huwelijk in 2008, waarbij een bedrag van €10.000.000 was gestort op een en/of-rekening die deel uitmaakt van de huwelijkse voorwaarden. De rechtbank Gelderland vernietigde deze aanslag en verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond.
In hoger beroep betoogde de Inspecteur dat door het aangaan van het huwelijk met huwelijkse voorwaarden een beperkte gemeenschap was ontstaan die het vorderingsrecht op de bank omvatte, wat een schenking van de helft van dat bedrag aan belanghebbende betekende. Het hof paste de Haviltexnorm toe en oordeelde dat de huwelijkse voorwaarden pas bij het huwelijk in werking treden en dat een beperkte gemeenschap met betrekking tot één specifiek vermogensbestanddeel mogelijk is.
Het hof concludeerde dat ten tijde van het huwelijk geen voltooide vermogensverschuiving heeft plaatsgevonden omdat de omvang van de beperkte gemeenschap pas tijdens het huwelijk kan fluctueren. Dit oordeel is in lijn met eerdere arresten van de Hoge Raad. De vaststellingsovereenkomst uit 2013 tussen belanghebbende en erfgenamen kon niet als bewijs dienen voor de bedoeling bij het aangaan van het huwelijk.
Daarom bleef de uitspraak van de rechtbank in stand en werd het hoger beroep van de Inspecteur ongegrond verklaard. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.