ECLI:NL:HR:2012:BX5636
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- J.C. van Oven
- M.A. Loth
- G. Snijders
- M.V. Polak
- Rechtspraak.nl
Geen gemeenschap van goederen bij beëindiging samenwoning zonder contract
De man en de vrouw hebben van 1980 tot april 2004 een affectieve relatie gehad en samengewoond zonder huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenlevingscontract. Op 11 april 2004 eindigde hun samenwoning. In januari 2004 sloten zij gezamenlijke overeenkomsten voor vermogensbeheer en effectentransacties.
De man vorderde de verdeling van het vermogen, waaronder een effectenrekening en portefeuille die mede op zijn naam stonden. De vrouw stelde dat het vermogen persoonlijk aan haar toebehoorde, omdat de overwaarde van panden en een restaurant, die zij bezat, was geïnvesteerd in de effecten.
De rechtbank kende de vrouw de effecten toe met een vergoeding aan de man. Het hof vernietigde deze vonnissen en wees de vordering van de man af, stellende dat geen gemeenschap van goederen was overeengekomen en het vermogen derhalve aan de vrouw toebehoorde.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep van de man. De Hoge Raad benadrukte dat zonder huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenlevingscontract geen gemeenschap van goederen bestaat en dat het feit dat de effectenrekening mede op naam van de man stond, niet leidt tot gemeenschappelijk vermogen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat geen gemeenschap van goederen bestaat, waardoor de effectenrekening en portefeuille aan de vrouw toekomen.