Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
ernstigverwijtbaar. [12]
Woondroomzorg) [14] heeft de Hoge Raad over de verhouding tussen verwijtbaarheid als bedoeld in art. 7:669 lid 3 aanhef Pro en onder e BW en ernstig verwijtbaar handelen in art. 7:673 lid 7 aanhef Pro en onder c BW het volgende geoordeeld:
alleomstandigheden van het geval dienen te worden meegewogen. De persoonlijke omstandigheden van de werknemer leggen alleen gewicht in de schaal voor zover deze verband houden met de gedragingen van de werknemer die tot het ontslag hebben geleid of met de verwijtbaarheid van die gedragingen.
self fulfillingontslaggrond mag zijn, hoe zuur dat soms ook kan uitpakken voor slachtoffers.
als uitgangspuntzou moeten gelden dat als seksueel grensoverschrijdend gedrag in een afhankelijkheidssituatie (dus van leidinggevende jegens ondergeschikte of docent jegens leerling/student) vaststaat, er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen in de zin van art. 7:673 lid 7 aanhef Pro en onder c BW.
onderdelen I en IIklagen dat het oordeel van het hof dat de Hogeschool een transitievergoeding aan de docent is verschuldigd, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans onvoldoende begrijpelijk is gemotiveerd.
ernstigverwijtbaar handelen betreft.
ernstigverwijtbaar handelen van de docent. Dat geldt m.i. ook indien aan een dergelijk oordeel geen strenge motiveringseisen dienen te worden gesteld, zoals hiervoor onder 2.32 bepleit. Ik acht het oordeel dus sowieso onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd.
onderdeel VII.
onderdelen III tot en met Vdie min of meer op de kernklachten van de onderdelen I en II voortbouwen.
Woondroomzorg-beschikking [48] heeft de Hoge Raad overwogen dat bij de beoordeling of sprake is van ernstig verwijtbaar handelen de omstandigheden van het geval — waaronder de persoonlijke omstandigheden van de werknemer — slechts van belang zijn voor zover deze van invloed zijn op de verwijtbaarheid van het handelen of nalaten van de werknemer dat tot het ontslag heeft geleid (rov. 3.4.4). In rov. 3.5.2 van deze beschikking worden voorbeelden gegeven van feiten en omstandigheden die relevant kunnen zijn voor het oordeel over de mate waarin de werknemer een verwijt kan worden gemaakt van zijn gedragingen die tot het ontslag hebben geleid, en dus voor het antwoord op de vraag of sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten in de zin van art. 7:673 lid Pro 7, aanhef en onder c, BW. Eén van die feiten en omstandigheden is dat de werknemer steeds handelde met de beste bedoelingen en zonder enig eigen belang.