ECLI:NL:HR:2013:CA1967

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
12/02915
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:646 BWArt. 7:677 BWArt. 7:678 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling ontslag op staande voet wegens onvoldoende dringende reden

In deze zaak stond de vraag centraal of er sprake was van een voldoende dringende reden voor ontslag op staande voet, zoals bedoeld in artikel 7:678 BW Pro. Eiseres had tegen verweerder ontslag op staande voet uitgesproken, hetgeen door verweerder werd aangevochten. De kantonrechter en het gerechtshof hadden reeds geoordeeld dat de dringende reden onvoldoende was om het ontslag te rechtvaardigen.

Eiseres stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof, terwijl verweerder voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelde. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiseres verworpen en het incidentele beroep van verweerder niet behandeld vanwege het falen van het principale beroep.

De Hoge Raad overwoog dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof dat de dringende reden voor ontslag op staande voet ontbrak.

Eiseres werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- aan salaris advocaat. Het arrest werd uitgesproken door raadsheer M.A. Loth namens het gerechtshof, met vice-president F.B. Bakels als voorzitter en overige raadsheren als leden.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat onvoldoende dringende reden voor ontslag op staande voet is vastgesteld.

Uitspraak

12 juli 2013
Eerste Kamer
nr. 12/02915
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: aanvankelijk mr. P.A. Ruig, thans mr. S.F. Sagel,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie, eiser in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
de vonnissen in de zaak 429127\CV EXPL 09-17639 van de kantonrechter te Groningen van 9 december 2009, 10 maart 2010 en 2 februari 2011;
het arrest in de zaak 200.087.557/01 van het gerechtshof te Leeuwarden van 10 april 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. [verweerder] heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 6 juni 2013 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A.H.T. Heisterkamp, M.A. Loth en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
12 juli 2013.