ECLI:NL:HR:2018:687

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 mei 2018
Publicatiedatum
3 mei 2018
Zaaknummer
17/04341
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:673 lid 7 sub c BWArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 6 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in arbeidsrechtelijke ontbinding met transitievergoeding

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verzoekster verworpen tegen de eerdere beschikkingen van het gerechtshof 's-Hertogenbosch en de kantonrechter te Roermond. Het geschil betreft de ontbinding van een arbeidsovereenkomst en de toekenning van een transitievergoeding, waarbij de vraag speelde of er sprake was van ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer in de zin van artikel 7:673 lid 7 sub c BW Pro.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere beslissingen van de lagere instanties en concludeert dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat deze niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaken. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het cassatieberoep wordt gevolgd.

De Hoge Raad veroordeelt verzoekster in de kosten van het cassatiegeding en bevestigt daarmee het oordeel van het hof. De beschikking is gegeven door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eerdere beslissing over ontbinding en transitievergoeding blijft in stand.

Uitspraak

4 mei 2018
Eerste Kamer
17/04341
LZ/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoekster],
gevestigd te [plaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 4556999 AZ VERZ 15-303 van de kantonrechter te Roermond van 23 december 2015;
b. de beschikkingen in de zaak 200.184.595/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 juni 2016 en 13 juli 2017.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikkingen van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 23 maart 2018 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 392,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
4 mei 2018.