Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het eerste middel
Getuige [betrokkene 1]
3.Het tweede middel
4.Het derde middel
Het standpunt van de verdediging
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat verdachte heeft veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden voor het opzettelijk telen van hennep op twee locaties, diefstal van elektriciteit door middel van verbreking en het bezit van een vuurwapen.
De feiten betreffen twee hennepkwekerijen, een met 208 planten in een loods te Wolvega en een met 800 planten in een pand te Hardegarijp. Verdachte werd onder meer beticht van het opzetten en exploiteren van deze kwekerijen en het illegaal aftappen van elektriciteit ten behoeve daarvan. De verdediging voerde aan dat verdachte de panden had verhuurd aan derden die de kwekerijen zouden hebben ingericht en geëxploiteerd.
Het hof oordeelde dat sprake was van schijnconstructies met valse huurcontracten en niet-bestaande huurders. Getuigenverklaringen, camerabeelden, netwerkmetingen van Liander en andere bewijsmiddelen wezen op de betrokkenheid van verdachte. Het hof verwierp de latere teruggenomen verklaringen van een getuige en achtte de eerdere politieverklaringen betrouwbaar. Het hof concludeerde dat verdachte beroepsmatig handelde en zelf de elektriciteit heeft weggenomen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp de cassatieklachten over de bewijswaardering en motivering. De Hoge Raad benadrukte de ruime waarderingsvrijheid van de feitenrechter en vond het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad verwierp cassatieberoep en bevestigde veroordeling tot vier maanden gevangenisstraf wegens beroepsmatig telen van hennep, diefstal van elektriciteit en vuurwapenbezit.