Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
22 januari 2019.
Hoge Raad
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten en diefstal van elektriciteit ten behoeve van een hennepkwekerij in een woning te Den Haag.
De bewezenverklaring van de diefstal van elektriciteit steunde op diverse bewijsmiddelen, waaronder politieprocessen-verbaal, een rapportage van de netwerkbeheerder Stedin Netbeheer B.V. en een verklaring van de verdachte. De verdediging voerde aan dat de verdachte niet betrokken was bij de diefstal van stroom en dat dit door anderen was gedaan.
De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring omtrent de diefstal van elektriciteit niet voldoende gemotiveerd was en niet uit de bewijsmiddelen kon worden afgeleid. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het de diefstal betrof en wees de zaak terug voor hernieuwde berechting.
De overige onderdelen van het arrest, waaronder de bewezenverklaring omtrent de hennepkwekerij, werden door de Hoge Raad in stand gelaten.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting van de diefstal van elektriciteit.