Conclusie
4.Het eerste middel
1.Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 1444 e.v., voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte] :
Overweging met betrekking tot het bewijs van het onder 1 ten laste gelegde
Vermogensbestanddelen kunnen in beginsel slechts worden aangemerkt als afkomstig uit enig misdrijf in de zin van artikelen 420bis, 420ter en/of 420quater van het Wetboek van Strafrecht indien zij afkomstig zijn van een misdrijf gepleegd voorafgaand aan het verwerven en/of voorhanden hebben en/of het overdragen daarvan (HR 28 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3044). Het geld dat via het ondergronds bankieren door verdachte is overgedragen (etc.) zou weliswaar gezien kunnen worden als voorwerp van een strafbaar feit, namelijk overtreding van de wetgeving die ondergronds bankieren strafbaar stelt, maar deze omstandigheid brengt op zichzelf noodzakelijkerwijs niet mee dat het geld ook uit misdrijf afkomstig is (zie HR 25 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3380).