Conclusie
eerstemiddel klaagt over de verwerping van een verzoek om stukken die van belang zijn ter terechtzitting in hoger beroep (opnieuw) voor te houden.
De voorzitter deelt voorts mede dat de stukken die in eerste aanleg op de voorgeschreven wijze in het geding zijn gebracht ook in hoger beroep als voorgelezen worden aangemerkt.
Nadere bewijsoverwegingen
tweedemiddel ziet op de bewijsmotivering van het onder 1 bewezenverklaarde feit. Voordat ik dit middel bespreek geef ik de bewezenverklaring, de bewijsmiddelen en ’s hofs bewijsoverweging weer.
immers, heeft/hebben [betrokkene 49] en/of zijn mededader(s) de volgende onroerende zaken (al dan niet met gebruikmaking van (notariële) volmachten laten leveren (juridisch en/of economisch) in eigendom overgedragen en/of genomen/verkregen, te weten:
bij het plegen van welk misdrijf [verdachte], [betrokkene 49] en/of zijn mededader(s), toen en daar opzettelijk behulpzaam is geweest, door in voornoemde periode, (schriftelijk) volmacht te verstrekken aan [betrokkene 13] om hem te vertegenwoordigen.’
1.Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 september 2011 van de politie Haaglanden, gecodeerd AH/462. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:
2.
3.Een geschrift, te weten een akte van levering registergoed (erfpacht) gecodeerd DD/161/006. Dit geschrift houdt onder meer in de levering van [m-straat 1] op 2 mei 2006 tussen [betrokkene 71] als gemachtigde van [betrokkene 80], als verkoper en [betrokkene 49] als koper, voor een bedrag van € 505.000,-.
4.Een geschrift, te weten een akte van levering registergoed (erfpacht), gecodeerd DD/161/019. Dit geschrift houdt onder meer in de levering van [m-straat 1] op 2 mei 2006 tussen [betrokkene 49] als verkoper en [betrokkene 32] als koper, voor een bedrag van € 505.000,-
5.Een geschrift, te weten een akte van levering, gecodeerd DD/161/001. Dit geschrift houdt onder meer in de levering van [m-straat 1] op 15 september 2006 tussen [betrokkene 32] als verkoper en [betrokkene 81] en [betrokkene 82] als kopers, voor een bedrag van € 575.000,-.
6.Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 augustus 2011 van de politie Haaglanden, gecodeerd AH/463. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:
7.Een geschrift, te weten een akte van levering, gecodeerd DD/104/16. Dit geschrift houdt onder meer in de levering van het registergoed aan de [k-straat 2] op 31 oktober 2006 tussen [betrokkene 84] en [betrokkene 85], verkopers en [betrokkene 13] als schriftelijk gevolmachtigde van [verdachte], koper, voor een bedrag van € 190.000,-.
8.Een geschrift, te weten een akte van levering, gecodeerd DD//23/17. Dit geschrift houdt onder meer in de levering van het registergoed aan de [j-straat 1] op 9 maart 2007 tussen [betrokkene 86] en [betrokkene 87], verkopers en [betrokkene 13] als schriftelijk gevolmachtigde van [verdachte], koper, voor een bedrag van € 41.141,65.
9.Een geschrift, zijnde een navolgend proces-verbaal van de Federale gerechtelijke politie Antwerpen met nr. 003279/2012, gecodeerd R/001/191. Dit geschrift houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - :
10.Een geschrift, te weten een brief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, Centraal Bureau voor Burgerzaken d.d. 3 februari 2012, gecodeerd R/003/0033, waarin wordt vermeld dat:
11.Een geschrift, te weten een volmacht van 12 augustus 1987 opgesteld door [betrokkene 73], notaris te Den Haag, gecodeerd D/468, welk geschrift onder meer inhoudt:
12.Een geschrift, te weten navolgend proces-verbaal van de Federale gerechtelijke politie Antwerpen met nr. 025274/2011 d.d. 15 december 2011, met bijlagen, gecodeerd R/001/77. Dit geschrift houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:
13.Een geschrift, te weten een volmacht van 31 oktober 2006 opgesteld door [betrokkene 88], notaris te Zoetermeer, gecodeerd D/104/16, welk geschrift onder meer inhoudt:
14.De verklaring van de verdachte. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 19 maart 2019 verklaard - zakelijk weergegeven - :
15.Een arrest van de civiele kamer van het Gerechtshof te 's-Gravenhage d.d. 4 december 1997, gecodeerd. AH/749/030 e.v. Dit arrest houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - :
Algemeen, vermoeden van witwassen
De verdachte legt op vragen van de voorzitter een verklaring af, inhoudende - zakelijk weergegeven -:
De raadsman vraagt verdachte of hij in de periode van 22 juni 2010 tot en met 10 januari 2012 altijd in Nederland was.
De verdachte verklaart - zakelijk weergegeven -:
Ik was toen niet steeds in Nederland. Ik werk namelijk op schepen en ik ben vaak in het buitenland. Gemiddeld ben ik zo’n acht maanden per jaar onderweg. Sinds 1990 ben ik schipper. (…) De jongste rechter vraagt mij of ik wist van de rechtszaken uit het verleden. Daar wist ik niet van. De officier van justitie zegt dat hem dat verbaasd want ik had toen zelfs een advocaat en er is tien jaar lang geprocedeerd. Ik beroep me op mijn zwijgrecht. De voorzitter vraagt mij of ik op 12 december 2011 in Nederland of België was. Ik beroep me op mijn zwijgrecht.’
‘Mijn raadsman houdt mij voor dat [betrokkene 49] een gevangenisstraf heeft uitgezeten en vraagt mij of dit mij op het idee bracht dat ik met iets illegaals bezig was. Nee. Ik heb nooit aanwijzingen gezien dat mijn zus mij zou misbruiken. Op de vraag of ik het idee had dat [betrokkene 49] nadat hij zijn straf had uitgezeten weer verder ging op de verkeerde voet, antwoord ik dat ik dat idee niet had.’
‘Ik werk nog altijd op een schip, op dit moment voor een Nederlandse rederij. (…) Ik vaar over de hele wereld. (…) Als ik terug kom van het varen verblijf ik bij mijn zus op [m-straat 2]. Ik heb daar een eigen kamer. We eten samen. Ik vaar 1 op, 1 af, hetgeen betekent dat als ik 2 maanden heb gevaren, ik 2 maanden vrij ben.’
(…)
[verdachte] weet dat [betrokkene 49] in het verleden reeds is veroordeeld en dat [betrokkene 49] constant mensen en instantie oplicht.’
NJ2016/430 m.nt. van Kempen heeft Uw Raad onder meer overwogen (met weglating van voetnoten):
derdemiddel bevat de klacht dat het vereiste van berechting binnen een redelijke termijn is geschonden doordat de stukken van het geding te laat op de griffie van Uw Raad zijn binnengekomen.