ECLI:NL:HR:2009:BK0679
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring wegens ontbreken wettig bewijsmiddel bij feiten over geldbedrag en levensstijl verdachte
In deze strafzaak ging het om het opzettelijk handelen in strijd met een verbod uit de Opiumwet en het bezit van een geldbedrag waarvan verdachte wist dat het uit een misdrijf afkomstig was. Het hof had verdachte onder meer veroordeeld op basis van verklaringen van getuigen, politieprocessen-verbaal en de verklaring van verdachte zelf.
Het hof achtte onder meer bewezen dat verdachte een geldbedrag van € 7.650,- in kleine coupures bij zich had dat afkomstig was uit drugshandel, mede vanwege zijn levensstijl en de aankoop van een dure auto. De verdediging voerde aan dat het geldbedrag legaal was, afkomstig van een bankopname.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof feiten en omstandigheden als redengevend had aangemerkt die niet uit de bewijsmiddelen waren af te leiden en waarvoor het hof geen wettig bewijsmiddel had aangegeven. Hierdoor ontbrak een deugdelijke motivering van de bewezenverklaring. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het deze feiten betrof en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling. Voor het overige werd het beroep verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het feiten betreft die niet op wettige bewijsmiddelen berusten, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.