Conclusie
middelhoudt in dat het hof de verdachte ten onrechte niet heeft ontvangen in zijn hoger beroep vanwege het te laat instellen daarvan, althans dat het door de verdediging gevoerde verweer dat het in persoon betekenen van de verstekmededeling in casu niet kan worden aangemerkt als een omstandigheid als bedoeld in art. 408, tweede lid, Sv door het hof op onjuiste gronden dan wel onvoldoende gemotiveerd is verworpen.
Richtlijn, wetgeving en rechtspraak
NJ2016/367 m.nt. Klip besliste het, kort gezegd, dat het recht op vertolking en vertaling niet in de weg staat aan een (Duitse) nationale regeling die degene jegens wie een strafbeschikking is gegeven niet toestaat om tegen deze beschikking schriftelijk verzet in te stellen in een andere taal dan de taal van de procedure, op voorwaarde dat de bevoegde autoriteiten een dergelijk verzet niet beschouwen als een essentieel processtuk. Het HvJEU stelt onder meer vast dat het verzet ook mondeling kan worden gedaan en dat art. 2 van Pro richtlijn 2010/64/EU in dat geval het recht op kosteloze bijstand van een tolk waarborgt. En dat in het geval schriftelijk verzet wordt ingesteld het recht op bijstand van een raadsman bestaat, ‘die het bijbehorende processtuk in de taal van de procedure zal opstellen’ (ov. 41 en 42).
Urteil) in § 37, lid 3, StPO mede ziet op strafbeschikkingen (
Strafbefehle) in de zin van de §§ 407 en volgende van de StPO? Het HvJEU overweegt:
Stb.2013, 85. [1] Wat betreft het recht op een vertaling van essentiële processtukken kan, voor zover in dit kader relevant, worden gewezen op de volgende in het Wetboek van Strafvordering nieuw ingevoerde artikelleden:
Vaststelling of de verdachte al dan niet de bijstand van een tolk behoeft
Onderdeel P (artikel 260)
Onderdelen U (artikel 365) en V (artikel 366)
3.1 Doel en reikwijdte van de richtlijn
‘4. Adviezen
NJ2014/411 m.nt. Schalken. [12] Uw Raad overwoog:
NJ2004/551 aansluit bij ’s hofs oordeel ‘dat verdachte bekend is met de einduitspraak wanneer deze hem in schriftelijke vorm wordt ter hand gesteld ook al begrijpt hij niet wat het geschrift houdende die einduitspraak inhoudt’. [13] Bij de implementatie van richtlijn 2010/64/EU heeft de wetgever deze systematiek in stand gelaten. [14]
De bestreden beslissing
[verdachte] ,
De advocaat-generaal licht zijn vordering als volgt toe, zakelijk weergegeven:
De raadsvrouwvoert het woord overeenkomstig haar pleitnota, waarvan een kopie achter dit proces-verbaal is gehecht en waarvan de inhoud hier als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd.
advocaat-generaalhet volgende, zakelijk weergegeven:
De raadsvrouw voert het woord en deelt het volgende mede, zakelijk weergegeven:
de voorzitterde uitspraak van het hof mede, luidende dat het hof constateert dat de mededeling uitspraak op 25 augustus 2016 aan verdachte in persoon is betekend en dat verdachte nadien veertien dagen de tijd had om hoger beroep in te stellen. Het hof is van oordeel dat er geen omstandigheden naar voren zijn gebracht waaruit blijkt dat verdachte niet in de gelegenheid zou zijn geweest om in de dagen na de betekening informatie in te winnen bij zijn advocaat of anderszins over de inhoud van dat stuk. Dit had echter wel op de weg van verdachte gelegen. Evenmin is gesteld noch gebleken dat er andere feiten of omstandigheden speelden die tot de conclusie zouden kunnen leiden dat overschrijding van de beroepstermijn niet aan verdachte kan worden tegengeworpen. Gelet op het voorgaande is verdachte te laat met het instellen van hoger beroep en wordt verdachte derhalve niet-ontvankelijk verklaard.’
Datum : Omstreeks : uur
25-08-2016 06:05
[verbalisant]
[verdachte]
[geboortedatum] -1982
[geboorteplaats]
[b-straat 1] [postcode]woonplaats :
[woonplaats]
Aldus op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakt