ECLI:NL:HR:2004:AP0167
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid hoger beroep na te late appèl na verstekmededeling
De zaak betreft een verdachte die de Nederlandse taal niet beheerst en na betekening van een verstekmededeling van een vonnis te laat hoger beroep instelde. Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk omdat het hoger beroep niet binnen de wettelijke termijn van veertien dagen was ingesteld.
De verdediging voerde aan dat de verdachte door het taalprobleem geen kennis had kunnen nemen van de mededeling en daarom het hoger beroep tijdig was. De Hoge Raad overwoog dat de wetgever uitgaat van de veronderstelling dat een verdachte geacht wordt kennis te hebben genomen van een schriftelijke mededeling die hem persoonlijk is betekend, en dat het op de verdachte rust om zich van vertaling te voorzien indien nodig.
De Hoge Raad stelde dat de verstekmededeling ex art. 366 Sv Pro niet gelijkgesteld kan worden met de mededeling van de aard en reden van de beschuldiging zoals bedoeld in art. 6 lid 3 sub a EVRM Pro, waarvoor een taalvoorziening vereist is. Daarom is de algemene regel dat de overheid in de landstaal mag communiceren hier van toepassing.
Het gevolg is dat de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep door het hof terecht was. Het cassatieberoep werd verworpen omdat de aangevoerde rechtsvraag niet tot vernietiging kon leiden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte wegens te late hoger beroep na verstekmededeling.