ECLI:NL:HR:2005:AU3961

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 november 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03481/04
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • C.J.G. Bleichrodt
  • J.P. Balkema
  • H.A.G. Splinter-van Kan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 366 SvArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling ontvankelijkheid verdachte bij verstek en begrijpelijke mededeling vonnis

In deze zaak stond de ontvankelijkheid van de verdachte in hoger beroep centraal, nadat hij in 1990 bij verstek was veroordeeld. De verdachte had in totaal 23 dagen in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht en werd kort voor zijn uitzetting op een begrijpelijke wijze geïnformeerd over het verstekvonnis, hoewel hij de Nederlandse taal niet beheerste.

De advocaat-generaal verwees naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarin werd gesteld dat artikel 6 EVRM Pro niet automatisch recht geeft op een schriftelijke vertaling van het vonnis, maar dat de verdachte wel voldoende geïnformeerd moet worden om zich te kunnen verdedigen. Het hof had geoordeeld dat het ontbreken van een vertaling van het verstekvonnis geen schending van artikel 6 EVRM Pro oplevert, mits de essentie van de zaak in een begrijpelijke taal wordt gecommuniceerd.

De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van de verdachte. Het middel tot cassatie bood geen aanleiding tot nadere motivering en er waren geen gronden om het bestreden arrest ambtshalve te vernietigen. Hiermee werd het beroep van de verdachte verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de ontvankelijkheid van de verdachte in hoger beroep ondanks verstek en beperkte taalvaardigheid.

Uitspraak

22 november 2005
Strafkamer
nr. 03481/04
AGJ/AM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 15 september 2004, nummer 21/003143-04, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedatum] 1960, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "De IJssel" te Krimpen aan den IJssel.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.G. Kabalt, advocaat te Breukelen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 22 november 2005.