Conclusie
2.Ontvankelijkheid
3.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel 2.1is het betoog dat de beslissing van het hof in het eindarrest om anders dan de rechtbank – verkort weergegeven – voor recht te verklaren dat Sealink c.s. jegens ASR aansprakelijk zijn als gevolg van toerekenbaar tekortschieten en, dan wel, of onrechtmatig handelen en voorts [eiser 2] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 127.585,- aan ASR op de grond dat stellingen van ASR onbestreden zijn gebleven omdat Sealink c.s. niet op de akte na tussenarrest van ASR hebben gereageerd, voor Sealink c.s. ‘uit de lucht is komen vallen’. Daartoe voert het middel sterk samengevat aan dat de advocaat van Sealink c.s. niet wist en ook niet kon weten dat hij bij de rolbeslissing van 20 november 2017 (peremptoir) in de gelegenheid was gesteld om op een termijn van twee weken op die akte met producties te reageren omdat deze rolbeslissing niet op de juiste wijze is verwerkt in het roljournaal, althans daaruit niet kenbaar was.
NJ1997, 55).”
Centavos/Stichting Nieuwenhuis [24] , waarin het ging om naar een postbus verzonden aanmaningen, heeft de Hoge Raad – in de bewoordingen van annotator T.F.E. Tjong Tjin Tai – “duidelijkheid gegeven over de ontvangsttheorie als besloten in art. 3:37 BW Pro”. De Hoge Raad overwoog als volgt:
2.1-I, 2.1-IIen
2.1-IVaf. Aan een bespreking van de klachten in die subonderdelen met betrekking tot het roljournaal en het in dat verband gedane bewijsaanbod wordt derhalve niet toegekomen.
subonderdeel 2.1-IIIheeft het hof miskend dat art. 19 lid 2 Rv Pro in samenhang met het beginsel van hoor en wederhoor de rechter noodzaakt om wanneer (i) nadat reeds arrest is bepaald een rolbeschikking wordt gegeven waarbij een nadere mogelijkheid wordt gegeven om alsnog op een processtuk te reageren en die (ii) dus buiten de reguliere procesvoering plaatsvindt en (iii) er op de zitting waartegen ambtshalve peremptoir (dus in afwijking van art. 2.11 en 2.12 van het zevende procesreglement) geen vier weken uitstel toestaat, ambtshalve hetzij onderzoekt of de rolinstructie de bewuste partij daadwerkelijk heeft bereikt, hetzij die partij ambtshalve veertien dagen geeft voor herstel van dit verzuim. [28] Het hof heeft dit alles hetzij miskend, hetzij heeft het geen inzicht gegeven in zijn gedachtegang, dan wel heeft het een onbegrijpelijk oordeel gegeven.