Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
19 februari 2016.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de rechtbank Overijssel bij vonnis van 17 augustus 2015 de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van verzoekster tussentijds beëindigd. Verzoekster stelde hoger beroep in door middel van een verzoekschrift dat op 26 augustus 2015 per post bij het hof binnenkwam, na het verstrijken van de appeltermijn. Verzoekster voerde aan dat het verzoekschrift op 25 augustus 2015 per fax was ingediend en overlegde een verzendbevestiging van haar advocaat.
Het hof Arnhem-Leeuwarden verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het verzoekschrift te laat was ingediend. Het hof stelde dat op geen van de hoflocaties de fax was ontvangen en dat de verzendbevestiging niet afkomstig was van een systeem waarvoor het hof verantwoordelijkheid draagt. Het hof ging er vanuit dat de fax niet was uitgedraaid en dat dit voor risico van verzoekster kwam.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door niet te onderzoeken of het faxapparaat op de griffie het tijdstip van ontvangst registreerde. Volgens art. 33 lid 3 Rv Pro is ontvangst op het faxapparaat van het gerecht voldoende en een storing in het apparaat komt niet voor risico van de indiener. Indien het apparaat het ontvangsttijdstip niet registreert, kan een verzendbevestiging van de verzender als bewijs dienen. Het hof heeft dit niet juist toegepast en daarom wordt het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.