Conclusie
middelklaagt dat de bewezenverklaring niet naar de eis der wet is gemotiveerd.
als verklaring van [slachtoffer] :
als verklaring van [betrokkene 1] :
als verklaring van [betrokkene 2] :
als weergave van het verhoor van verdachte:
Aan de bespreking van het middel voorafgaande beschouwing
eigen waarneming. Een eigen waarneming is te onderscheiden van de beoordeling en waardering van die waarneming. De waarneming zal zintuiglijk zijn: zien, horen, ruiken en ook voelen. Bij dat laatste valt bijvoorbeeld te denken aan de hardheid van een stok waarmee is geslagen. In geval van relatering van een waarneming [13] in het proces-verbaal van de zitting kan worden volstaan met de constatering dat er is waargenomen en desgewenst kan de wijze van waarneming worden geconcretiseerd. Vermelding dat de rechter ter zitting een stok in handen heeft gehad is voldoende. [14] De beoordeling van de hardheid van de stok en de waardering daarvan hoort in het proces-verbaal van de zitting niet thuis. Het trekken van conclusies ter terechtzitting (beoordeling en waardering) zal te spoedig in strijd komen met art. 271, tweede lid, Sv dat voorschrijft dat noch de voorzitter noch de rechter blijk geven van enige overtuiging omtrent schuld of onschuld van de verdachte.
door de rechter persoonlijk. Dat betekent dat de leden van de rechtbank of van het hof (en niet bijvoorbeeld de rechter- of raadsheer-commissaris) de waarneming moeten doen. Een waarneming tijdens een eerdere zitting zal na een gewijzigde samenstelling van het gerecht in het algemeen niet meer kunnen worden gebruikt. [15] In hoger beroep kan gebruik worden gemaakt van een eigen waarneming in eerste aanleg die voldoende is gedocumenteerd in het proces-verbaal van de terechtzitting (dat en wat is waargenomen) en/of in het vonnis (beoordeling en waardering). [16]
bij het onderzoek ter terechtzittingzijn gedaan. Daarin ligt een beperking besloten. Proefnemingen van de rechter buiten de zitting [17] vallen er niet onder evenals waarnemingen in de zittingszaal van de motoriek van een verdachte na sluiting van het onderzoek. Bij dat laatste valt te denken aan de wijze waarop een verdachte opstaat en wegloopt na sluiting van het onderzoek (een bijzonder ‘loopje‘). [18] De wetenschap die de rechter in de wereld evenals iedere burger opdoet, komt niet in aanmerking voor rubricering als bewijsmiddel eigen waarneming van de rechter. [19] Denk aan wetenschap die hij bijvoorbeeld ontleent aan zijn eigen woon- werkverkeer. Die kan alleen gebruikt worden als het feiten van algemene bekendheid betreft en dan uiteraard ook als zodanig. Feiten van algemene bekendheid behoeven immers geen bewijs (art. 339 lid 2 Sv Pro). [20]
processtukkenmoet de inhoud ervan worden meegedeeld, indien de rechterlijke beslissing er op wordt gestoeld. De vraag is of art. 301 Sv Pro geldt voor alle processtukken. Dreissen [33] merkt op: “Artikel 301 Sv Pro is niet van toepassing op de eigen waarneming van de rechter, voor zover het betreft stukken die niet voor voorlezing vatbaar zijn. Daarvoor geldt het bepaalde in art. 309 Sv Pro: de stukken van overtuiging moeten de verdachte worden getoond.” Dit betekent dat in haar opvatting kennelijk tot de processtukken behorende plattegronden en beeld- of geluidregistratie niet onder het regime van art. 301 Sv Pro vallen. Is een andere benadering verdedigbaar?
geen processtukzijn. Bevindt de beeld- of geluidsregistratie zich om welke reden dan ook [35] niet in het dossier dan ligt het anders. Vermoedelijk zal het hier bedoelde voorwerp dan ter terechtzitting worden overgelegd door de officier van justitie, maar het is niet anders indien het voorwerp wordt overgelegd door de verdediging. Vervolgens is voeging in het dossier nodig om het voorwerp enige formele status te geven. Bij voeging bij de processtukken bestaat er voor sluiting van het onderzoek ter terechtzitting aanspraak op kennisneming van de inhoud van de beeld- of geluidregistratie. Zowel het openbaar ministerie als de verdediging moet immers in de gelegenheid zijn zich uit te laten over de inhoud van de registratie.